Kathleen haar twee broers zijn mentaal en motorisch beperkt: "Ik kwam altijd pas derde, maar ouders maken dat nu goed"

Jan Aelberts
Ze is de gezonde zus, tussen twee broers met een ernstige beperking. Pas tijdens therapie, recent, heeft Kathleen Delboo beseft hoe ze daaronder heeft geleden. Het heeft haar kwaad gemaakt, het heeft haar geïsoleerd, het heeft haar zelfvertrouwen ondermijnd. "De zus zijn van Koen en Geert was niet gemakkelijk. Maar daar kunnen ze niks aan doen. Nu ik ouder ben en mama, voel ik alleen nog respect."

Er is geen naam voor de aandoening die Geert en Koen hebben. Dokters hebben er hun tanden op stuk gebeten. Wat Koen heeft, is hetzelfde als wat Geert heeft. Maar toch ook niet. De accenten liggen anders. Geert, de oudste, is mentaal blijven steken op het niveau van een driejarige. Hij stapt moeizaam en is motorisch beperkt. Koen is in z'n bewegen iets vlotter, maar zit helemaal opgesloten in z'n eigen wereld. Hij heeft autisme, lijdt aan epilepsie, is blind aan één oog en verliest in hoogtempo ook het zicht aan het andere. Bijna niemand kan contact maken met hem. Met Geert lukt dat beter: die is wél te benaderen.

Gewoon ongewoon

Geert en Koen zijn er alletwee mee geboren. En daartussen kwam dan Kathleen, wél gezond. Maar met twee broers die naar een speciale school moesten en die heel veel zorg, hopen medicatie en tonnen aandacht nodig hadden, was zij in al haar 'gewoonheid' thuis de 'ongewone'. Dat hakte erin. "Alles draaide altijd maar om Koen en Geert. Meisjes rond mij groeiden op een normale manier op. Ik niet. Ik was de rare met de gehandicapte broers. Ik ben erom gepest. Niemand wilde met mij iets te maken hebben of wilde naar ons thuis komen. Ik wilde erbij horen, maar door m'n broers lukte dat niet."

"Ik heb aan m'n tienerjaren bijna alleen maar slechte herinneringen. Ik voelde me slecht en ik had m'n ouders nodig, maar ze waren er niet. Hun aandacht ging naar Koen en Geert. Eén keer, in een brief die ik hen schreef, heb ik gezegd hoe kwaad me dat maakte. Nooit eens gewoon op vakantie. Nooit eens gewone dingen doen. Nadien heb ik het niet meer ter sprake gebracht. Ze konden er niet aan doen. Het heeft me heel rebels gemaakt. Ik heb me afgezet tegen alles en iedereen."

In een vakje

Eerst woonden Koen en Geert nog gewoon thuis. Maar de beperkingen verergerden en de jongens kwamen op een wachtlijst. Nu wonen ze al een hele tijd in het Gielsbos, een zorgcentrum in de Kempen. Elke twee weken komen ze even naar het ouderlijk huis, in Hoboken. Dan komt ook Kathleen, die intussen een eigen gezin stichtte. Tussendoor zijn er bezoekjes in het Gielsbos. "Pas nu ik 28 ben, heb ik het gevoel dat de dingen in z'n plooi vallen. Ik had al dat negatieve weggestoken in een vakje. Therapie heeft me onlangs doen inzien hoe hard het me allemaal pijn heeft gedaan. Het is goed geweest dat ik dat onder ogen kwam. De dingen benoemen en er op 'n warme manier over praten met mijn ouders: dat helpt."

"Ik vraag me wel eens af hoe m'n leven zou zijn geweest als Koen en Geert gewoon gezond waren. Ik zou iemand anders zijn dan ik nu ben. Ik zou zelfvertrouwen hebben. Ik zou niet zo'n bange muis zijn. Ik zou niet op m'n achttien thuis zijn weggevlucht, omdat ik de structuur niet meer aankon. Ik zou zijn opgegroeid als een gelukkig meisje, dat werd beschermd door haar broers. Onze Geert zou voor mij zijn opgekomen. Zo is zijn karakter."

Nu Kathleen zélf een dochtertje van twee jaar heeft, haalt ze met haar ouders veel verloren tijd in. "Mama en papa hebben een immens schuldgevoel. Ze vinden dat ze me veel hebben ontzegd door altijd Koen en Geert op de eerste plaats te zetten. 'Jij kwam pas derde', zeggen ze. Op hun eigen manier maken ze dat goed - ook al vind ik dat niet nodig. We zijn veel samen. Ze hebben hun spaarcenten geïnvesteerd in een huis voor mij. Ik verwijt hen niks. Ik heb het grootste respect voor hen. Ze hebben gedaan wat ze konden. Ik neem een voorbeeld aan hen."

Jongen wel, meisje niet

Als ooit de ouders van Kathleen sterven, komt de zorg voor Koen en Geert bij haar. Daar zijn nu al alle afspraken over gemaakt. De erfenis, de financiën van Koen en Geert, het voogdijschap: alles is tot in de puntjes geregeld. In het gezin Delboo wordt geen enkel moeilijk onderwerp gemeden. "Ik ben niet bang voor de toekomst. Geert en Koen zijn alles voor mij. Daar wil ik veel voor doen en laten. Ik heb verdriet gehad en pijn geleden, maar ik heb ook heel veel liefde gezien. Wat mama en papa voor Geert en Koen hebben gedaan, is het allerschoonste. Ik ben er een heel groot familiemens door geworden. Mijn eigen bloed is alles."

Toen Kathleen een paar jaar geleden zwanger werd, wilde ze antwoorden. Tot dan was de aandoening van Geert en Koen door dokters nooit echt verklaard. Intussen is duidelijk dat het iets genetisch is. Als Kathleen zelf ooit een jongetje zou krijgen, is er één kans op de vier dat hij het ook heeft. Kathleen en haar vriend willen nog een kindje. Om er zeker van te zijn dat dat een meisje wordt, zal er wellicht gebruik worden gemaakt van kunstmatige inseminatie, waarbij de kans op een jongetje op basis van medische gronden wordt uitgesloten.



Alle artikels uit de krant