Exclusief voor abonnees

Als de boom valt

column | Wuyts

Roompot-Charles is ter ziele gegaan, de bewonderenswaardige inspanningen van de oranje renners ten spijt. Ik heb de offensieve geestdrift van Weening, Van Ginniken en Van Schip nadrukkelijk geroemd. Koers moet ook in het middenrif aantrekkelijk zijn. Voor de heren broodgevers was strijdlust wellicht geen argument. De ploeg won niet. Het ontbrak haar aan een uithangbord. Dat werd in putje winter neergehaald. Wout van Aert zocht in ongenoegen elders soelaas. Daar geraakten Roompot en Charles niet overheen. Opdoeken doet minder pijn dan wegkwijnen. Achttien renners werden getroffen. Zeven waren vooruitziend. Onder hen de dertigjarige Stijn Steels, Toms oomzegger. Winnaar van de Grote Prijs van Lillers, ruim drie jaar geleden. Hij trekt in bij Deceuninck-Quick.Step. Lefevere kent voorwaar erbarmen. Elf Roompotse dienaars staan op straat. Tijdelijk of definitief. Elders zitten de contingenten namelijk al eivol. Bij het overlopen stuitte ik warempel op de genoemden Weening en Van Schip. Ik las met mededogen de namen van landgenoten als De Bie en Livyns. Ongeloof overviel me toen daar onderaan de rij Lars Boom stond. Jawel, Lars Antonius Johannes Boom, invuller van cross- en voorjaarsdromen, ritwinnaar in Vuelta en Tour, groot verzamelaar van nationale, Europese en wereldtruien. In het ouderlijke huis hangen acht wanden vol. Kwantiteit en kwaliteit die in Nederland alleen Mathieu van der Poel kan overtreffen. Lars Boom kon op jonge leeftijd meer dan pakweg Mads Pedersen nu. Na dertien jaar profmanschap dreigt die Boom nu op de keien te belanden. Het raakt deze mens. Heeft Boom op zijn drieëndertig de laatste kilometer van zijn carrièrekoers gereden? Nauwelijks denkbaar. En toch. Waar lag het aan, Lars? Pech, zonder enige twijfel. Stuurse achillespezen, elleboogbreuk en een corrigerende hartoperatie, een topsporter stapt daar niet licht overheen. De lastigheidsgraad van de geliefde voorjaarsklassiekers? Ongetwijfeld. Aan topnoteringen in Vlaanderen en Roubaix was geen nood, maar winst bleef uit. Wat was je in 2015 als Astanaman nog dicht. Zesde in Oudenaarde, vierde op de Municipale in de tijd van winnaar Degenkolb. Je droeg op je bijna dertigste nog steeds het label 'grote belofte'. Het is die terugkerende hoop op de grote doorbraak die je aan nieuw contracten en vette verloningen hielp. Vroeg ik me vaak af: is Boom niet te snel gesatureerd? Je piekperiode was zo al kort, veertien dagen top en dat was het dan. Nooit was daar de zucht naar hoger, naar meer. 'Vierde in le Samyn, kan ik wel mee leven.' Ik heb die snelle voldoening te vaak gehoord. Te veel familieman, fluisterden harteloze patsers. Onzin. Dat dochtertjes Kee en Nena voorgingen, nam ik je nooit kwalijk. Ik herinner me vooral je splijtende rush naar de crosswereldtitel in Treviso, je raid over de hanenkam boven Cordoba, je machtige inhaalmanoeuvre in de leiderstrui op waaier één in Parijs-Nice. Het meest waardeerde ik je hoffelijkheid. Ik heb je nooit een beurtje goeiedag weten overslaan. Hoe het nu verder moet? Praat nog 's met Sven Nys. Die wilde jou in 2017 al graag bij Telenet. Met Roodhooft, namens Corendon, kan ook. Mathieu dienen op weg en hei. Een eervol slot. Ja toch, Lars?

Dit artikel is exclusief
voor abonnees.

Word ook abonnee en lees onbeperkt alle artikels. Meer dan 200.000 mensen gingen je voor.

Kies hier je voordeelperiode:



Alle artikels uit de krant