Los jij onze maandagpuzzel op? Slechts één op de twee kan dit raadsel juist oplossen

Illustratiefoto.
Getty Images Illustratiefoto.
We vliegen de week weer in met een maandagpuzzel. Het raadsel van deze week draait om een loopwedstrijd. Zeker is dat Bob met het goud gaat lopen, maar weet jij met hoeveel voorsprong?

Bob, Tom en Jos nemen deel aan een loopwedstrijd van één kilometer. Elke man loopt aan een constant tempo, maar de één loopt wat sneller dan de ander. 

Nadat Bob één vierde kilometer gelopen heeft, ligt hij 25 meter voor op Tom.

Nadat Tom een halve kilometer achter de rug heeft, heeft hij een voorsprong van 20 meter op Jos. 

Vraag

Hoeveel voorsprong heeft Bob op Jos wanneer Bob de finish bereikt?

Oplossing

Bob heeft een voorsprong opgebouwd van 136 meter wanneer hij de finish bereikt.

Slechts 57 procent van de gebruikers die zich aan deze puzzel op Brilliant.org waagden, duidde meteen het correcte antwoord aan. Er zit namelijk een klein addertje onder het gras. Hieronder hoe je de puzzel wél juist oplost.

Na 250 meter ligt Bob al 25 meter voor
op Tom. Dat betekent dat hij na één kilometer (de totale lengte van de race) een voorsprong van 100 meter heeft.

Tom had op
Jos een voorsprong van 20 meter na 500 meter lopen, en dus lijkt het logisch om gewoon die afstand te verdubbelen. De wedstrijd is ten slotte één kilometer lang. Maar wanneer Bob de eindmeet oversteekt, ligt hij honderd meter voor op Tom. Tom heeft op dat moment maar 900 meter gelopen.

Daarom ligt Tom maar 9/10 (of 900/1.000) van de totale afstand (40 meter) voor op Jos. De voorsprong op dat moment wordt dus:

40 * (9/10) = 36

Dat, gecombineerd met de voorsprong die Bob al had op Tom, betekent dat de totale voorsprong van Bob 136 meter bedraagt.




7 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Gianfranco Canalis

    Velen maken er een ingewikkeld gedoe van en berekenen precies alsof het een maanlanding betreft. Gewoon regel van 3.

  • JEAN-PIERRE DEGROOTE

    Aan Jean-Marie, Freddy, Gegeven: (Freddy!) ze lopen aan constante snelheid. Bob haalt 25 m per 250 meter op Tom. Gezien het constant tempo kunnen we stellen dat: Tom =Bob x (1-25/250) Jos = Tom x (1-20/500) Jos = Bob x (1-25/250)*(1-20/500) Jos = Bob x 0,9 x 0,96 Jos = Bob x 0,864 Als Bob op 1000 is, is Jos op 864, dus wint Bob met 136 meter.

  • Filip Eriksen

    Ze lopen aan een constant tempo, stond er in. Altijd goed de opgave lezen.

  • jean-marie séneque

    136 ? 140 op de kop toch of begrijp ik het niet ?

  • JEAN-PIERRE DEGROOTE

    Bob loopt 25/250 (0,1) sneller dan Tom en heeft aan de meet 100 meter voorsprong op Tom. Tom loopt 20/500 (0.04) sneller dan Jos. Wanneer Bob de meet haalt is Tom op 900 meter. 900 x 0.04 = 36.