Amerikaan elf dagen na verdwijning met helikopter uit Grand Canyon gered

National Park Service
Een Amerikaanse man die vlak voor Kerstmis vermist raakte in de Grand Canyon is afgelopen donderdag levend en wel aangetroffen langs een wandelpad in het natuurpark. Van Martin Edward O’Connor (58) was elf dagen lang geen enkel spoor, melden Amerikaanse media.

De vijftiger uit Texas werd op 22 december voor het laatst gezien in een hotel in het wereldberoemde natuurpark in de Amerikaanse staat Arizona. O’Connor had van 17 tot 22 december een kamer geboekt in Yavapai Lodge, aldus de Washington Post. Vermoedelijk reisde hij alleen.

Op de Facebookpagina van Grand Canyon National Park werd vorige week maandag een opsporingsbericht verspreid voor de man. 

Afgelopen woensdag in de vooravond meldden wandelaars aan de parkautoriteiten dat ze O’Connor hadden gezien nabij Hance Trail, een “wandelroute voor zeer gevorderde hikers” in de South Rim, de zuidelijke rand van de Grand Canyon. Omdat het op dat moment te laat en gevaarlijk was om een helikopter uit te sturen, werd donderdagochtend pas een reddingsteam ingeschakeld. Dat kon O’Connor lokaliseren op de plaats die de wandelaars hadden doorgegeven.

De vermiste vijftiger werd per helikopter uit de kloof gehesen en in het natuurpark onderzocht door medisch personeel dat ter plaatse was geroepen. De man bleek in goede gezondheid en moest niet naar het ziekenhuis worden overgebracht. Donderdagavond werd hij herenigd met een familielid, aldus nog de Washington Post.

Het is niet duidelijk hoelang de man in de wildernis heeft verbleven en wie hem als vermist heeft opgegeven.