De Olympische fakkeltocht is een uitvinding van de nazi's. De tocht vond de eerste keer plaats voor de elfde zomerspelen in 1936 in Berlijn. De ceremonie moest de volkeren verbinden en de 'vredeswil' van het Derde Rijk aan de dag leggen. Sportfunctionaris Carl Diem (1882-1962) was de grondlegger van de traditie, maar volgens Duitse geschiedkundige musea kwam dit idee echter van hogerhand. Toenmalig minister Joseph Goebbels gebruikte de Spelen als handig instrument in zijn propogandamachine.
3.000 lopers
De eerste tocht liep door zeven landen en omvatte een afstand van 3.000 kilometer. Nadat de fakkel in de antieke ruïne van Olympia aangestoken werd, droegen meer dan 3.000 lopers de vlam door onder meer Sofia, Belgrado en Wenen naar Berlijn. Aan enkele stopplaatsen hadden de nazi's grote festiviteiten georganiseerd onder het waakzaam oog van hakenkruisvaandels. In sommige landen stuitte het Duitse schouwspel op hevig protest. In Praag stortten anti-Hilter-demonstranten zich op de fakkel om de vlam te doven.
137.000 kilometer
Sinds 1936 heeft elk gastland van de Olympische Spelen een nieuw element aan de fakkel toegevoegd. Vaak wordt het fakkel-spektakel gebruikt om symbolische daden te stellen. Zo legde een Griekse soldaat tijdens de ceremonie van de eerste Olympische Spelen na WOII zijn uniform en wapen neer in Olympia als teken van vrede.
In 2004 beleefde de fakkeltocht een spannend jaar. Toen legde de vlam haar langste afstand af en reisde ze ook per boot en vliegtuig. Ze heeft toen een recordafstand van 137.000 kilometer afgelegd door alle continenten. (belga/svm)


