© afp.
De nieuwe Russische vicepremier Dmitri Rogozin heeft het onderzoek naar de oorzaak van het falen en neerstorten van de Russische Marssonde Phobos-Grunt onder zijn persoonlijk toezicht gesteld, meldt hij op Twitter en Facebook.
De Phobos-Grunt werd in de nacht van 8 op 9 november met een Zenith-draagraket van op Bajkonoer gelanceerd. Maar de sonde raakte niet uit een lage baan rondom de Aarde.
Het dertien ton wegende tuig dook zondag (ongecontroleerd) weer de atmosfeer in. Brokstukken ploften omstreeks 18.45 uur Belgische tijd in de Stille Oceaan, 1.250 km ten westen van het Chileense eiland Wellington, zo heeft woordvoerder Aleksei Zolotoechin van de Russische rakettroepen gezegd.
Maar volgens een bron in de Russische ruimtevaartindustrie zeggen ballistische deskundigen dat de fragmenten in Brazilië zijn neergekomen, aldus het Russische staatspersbureau Ria Novosti.
Het Russische ruimtevaartbureau Roscosmos heeft nog niet gecommuniceerd over plaats en tijdstip van de terugval. Hoofd Heiner Klinkrad van de afdeling ruimteschroot bij het Europese Ruimtevaartbureau ESA zei dat deskundigen van ESA geen informatie hebben.
"Ik verwacht van het federaal ruimtevaartbureau het beloofde rapport over de oorzaken van de crash van de Phobos-Grunt, de namen van de boosdoeners en een overzicht van de verwachtingen omtrent de evolutie van de ruimtevaartindustrie tot in 2013", beklemtoonde de bewindsman.
Phobos-Grunt had stalen van de Marsmaan Phobos naar de Aarde moeten brengen en een Chinese dochtersonde moeten uitzetten.
Voor Rogozin in december vicepremier werd, was hij ambassadeur bij de NAVO in Brussel. (belga/vsv)


