Tijdens de onlusten die na de moordaanslag van donderdag op ex-premier Bhutto ontstonden zijn volgens het Pakistaans ministerie van Binnenlandse Zaken intussen 38 doden gevallen. In heel het land werd ook voor tientallen miljoenen dollar aan schade aangebracht. Relschoppers vernielden 178 banken, 72 treinwagons, achttien stations. Zeker honderd gevangen zijn uit de gevangenis ontsnapt.
Ondertussen is de Pakistaanse regering bereid om het lichaam van Bhutto op te graven om de exacte doodsoorzaak te bepalen. De regering is bereid dit te doen indien de partij van Bhutto, de Pakistaanse Volkspartij (PPP), een opgraving wenst. Dat heeft de regering zaterdag bekendgemaakt.
Niet hoe, maar wie?
"Het belangrijkste is echter niet te weten waardoor ze is gestorven, een kogel, een explosie of iets anders, maar wel wie haar heeft gedood", aldus de woordvoerder van Pakistaans minister van Binnenlandse Zaken, Javed Cheema. In het onderzoek naar de dood van Bhutto is er volgens Binnenlandse Zaken geen nood aan buitenlandse hulp.
De Verenigde Staten hebben er bij Pakistan op aangedrongen op de verkiezingen gewoon te laten doorgaan. Ook Rusland heeft de Pakistaanse autoriteiten intussen opgeroepen om niet te vervallen in een spiraal van geweld en de parlementsverkiezingen te organiseren zoals gepland, op 8 januari. Premier Mohammedmian Soomro zei vrijdag dat de regering geen onmiddellijke plannen heeft om de verkiezingen uit te stellen. De Pakistaanse Volkspartij (PPP) van Bhutto houdt zondag een bijeenkomst om te bepalen of het zal deelnemen aan de verkiezingen. Bhutto's echtgenoot, Asif Ali Zardari, zei tegen de BBC dat hun zoon bij de bijeenkomst een verklaring zal voorlezen die door Bhutto was achtergelaten voor haar partij in het geval van haar overlijden. Oud-premier Nawaz Sharif, nu de prominentste oppositieleider, heeft gezegd dat hij verkiezingen zal boycotten.
Noodbijeenkomst
De Pakistaanse verkiezingscommissie heeft aangekondigd dat het naar aanleiding van de rellen maandag een noodbijeenkomst houdt over de verkiezingen, die op 8 januari worden gehouden. In een verklaring stelde de commissie dat er de afgelopen dagen negen stemlokalen met stembussen en lijsten van kiezers in brand zijn gestoken in de provincie Sindh, waar Bhutto vandaan kwam. Het geweld heeft ook het drukken van stembiljetten, de opleiding van verkiezingsmedewerkers en andere logistieke werkzaamheden voorafgaand aan de verkiezingen vertraagd. (afp/novum/sps)


