Bij 61 procent van de mensen die jaarlijks om het leven komen op het Europese spoorwegennet, is hun overlijden het gevolg van zelfmoord. Dat blijkt uit cijfers van het Europees Spoorwegbureau (ERA). In 2007 pleegden in de Europese Unie 2.634 mensen zelfmoord door zich voor een trein te gooien; 94 van hen deden dat in België. Deze cijfers tonen aan dat de trein voor spoorpersoneel en voor passagiers een van de meest veilige transportmiddelen is: beide categorieën maken maar 7 procent uit van het aantal slachtoffers van treinongevallen.
Voorbijrazende trein
De meeste passagiers raken overigens niet gewond tijdens ongevallen, maar tijdens het in- of uitstappen. Los van de zelfmoordgevallen, vertegenwoordigen voetgangers die op niet-beveiligde plaatsen gewond raken of sterven door een voorbijrazende trein 47 procent van de slachtoffers van spoorongevallen. Drie op de tien slachtoffers vallen aan een overweg.
Ongevallen waar enkel treinen bij betrokken zijn, blijven zeldzaam, vooral in verhouding tot de verkeersdichtheid en het grote aantal verbindingen. In 2007 werden in heel de EU slechts twee ongevallen met slachtoffers opgetekend.
Lange levensduur
Volgens de Europese Commissie zijn deze goede cijfers het resultaat van de gestage harmonisering van de spoorveiligheidsnormen op Europese schaal. Toch gaat dit proces nog te traag, oordeelt de Commissie, wat vooral te wijten is aan de lange levensduur van sommige onderdelen van het spoorverkeer, zoals de infrastructuur en het rollend materieel. (belga/gb)


