Het ontslaan van een werkneemster die zich in een in-vitrofertilisatiebehandeling bevindt, is een directe discriminatie op grond van geslacht. Dat heeft het Europese Hof van Justitie in Luxemburg beslist. Wel is een vrouw volgens het Hof nog niet zwanger zolang de bevruchte eicellen niet in de baarmoeder werden geplaatst.
Ontslag
Het Hof moest zich buigen over het ontslag van de Oostenrijkse Sabine Mayr. Zij werd drie dagen voor het plaatsen van bevruchte eicellen in haar baarmoeder ontslagen als werkneemster in een bakkerij in Salzburg. Op het moment van de aanzegging waren haar eicellen al bevrucht door de zaadcellen van haar partner, zodat reeds in vitro bevruchte eicellen bestonden.
Zwanger
Mayr betoogde voor het Oberster Gerichtshof dat zij valt onder een Europese richtlijn die zwangere werkneemsters bescherming verleent tegen ontslag, omdat haar eicellen in vitro reeds waren bevrucht op het moment van de aanzegging. De Europese rechters volgen die redenering echter niet. Volgens hen kan de bescherming zich niet uitstrekken tot werkneemsters bij wie de eicellen nog niet in de baarmoeder zijn geplaatst op de dag van de aanzegging. Zoniet zou de bescherming zelfs blijven gelden indien de plaatsing van de bevruchte eicellen om één of andere reden verscheidene jaren wordt uitgesteld.
Bescherming
Het Hof merkt echter op dat een vrouw in een dergelijke situatie zich kan beroepen op de algemene bescherming tegen discriminatie op grond van geslacht. Een in-vitrofertilisatie kan immers enkel betrekking hebben op een vrouw. Het Oberster Gerichtshof moet nu nagaan of de in-vitrofertilisatiebehandeling inderdaad de voornaamste reden voor haar ontslag is geweest. (belga/gb)


