© CIJ-ICJ.
Negentig jaar geleden zijn in het Nederlandse Den Haag voor het eerst rechters aan de slag gegaan om recht te spreken over staten. Het Permanente Hof van Internationale Justitie (PCIJ) in het Vredespaleis zou mee de basis leggen voor de huidige status van Den Haag als juridische hoofdstad van de wereld.
Het PCIJ is een creatie van de Volkenbond, de organisatie die na de Eerste Wereldoorlog werd opgericht om de vrede in de wereld te bewaren. De Volkenbond zetelde in Genève; het eraan verbonden PCIJ werd elders gevestigd, in Den Haag. Daar stond sinds 1913 het Vredespaleis, gebouwd als huisvesting voor het in 1899 opgerichte Permanente Hof van Arbitrage (PCA).
Het PCA oordeelt, net als het PCIJ, over juridische geschillen tussen staten, zoals grensconflicten en kwesties van oorlog en vrede. Bij arbitrage kunnen de landen echter de rechters zelf uitzoeken en zelf bepalen welke regels worden toegepast. Met de oprichting van het PCIJ plaatsten de deelnemende staten zichzelf voor het eerst in dezelfde positie als die van een burger die voor een nationale rechter moet verschijnen. Er kwamen vaste rechters en een vaste procedure.
Arbitragetribunalen
Die magistraten kunnen het hele volkenrecht toepassen en niet alleen door de partijen geselecteerde regels. De rechters, die door de lidstaten van de Volkenbond werden gekozen, moesten de belangrijkste beschavingen en de belangrijkste rechtssystemen in de wereld vertegenwoordigen. Door de vaste rechters kan ook een vaste jurisprudentie in het volkenrecht worden ontwikkeld, in tegenstelling tot de "losse" arresten van de steeds weer anders samengestelde arbitragetribunalen.
Die jurisprudentie werkt tot op de dag van vandaag door: het PCIJ werd weliswaar na de Tweede Wereldoorlog vervangen door het Internationaal Gerechtshof (ICJ) van de Verenigde Naties. De bindende arresten van beide hoven, die qua werkwijze erg op elkaar lijken, worden echter als één samenhangende jurisprudentie beschouwd. Voor staten brengt dat meer rechtszekerheid met zich mee.
"Voordat een staat een zaak aan het hof voorlegt, kan hij eerdere soortgelijke zaken bestuderen", aldus Philippe Couvreur, de griffier van het ICJ.



Bewerkt door: