De Predator Pakistan: een soort drone.
© reuters.
Een medewerker van de Verenigde Naties wil dat Washington zich rechtvaardigt over het toenemende aantal en wijdverspreide gebruik van onbemande vliegtuigen die uitgekozen doelwitten, de zogenaamde "targeted killings", bestoken. Volgens de man zouden de aanvallen met drones, waarbij ook onschuldige burgers gedood worden, het internationale recht kunnen schenden. Dat berichtte Russia Today gisteren. Het Amerikaanse leger en de CIA gebruiken drones in Afghanistan, Pakistan, Irak, Jemen en Somalië.
"Washington zou de wettelijke basis voor het doden van verdachte leiders en leden van al-Qaida en van de taliban moeten verduidelijken", stelt speciaal VN-rapporteur Christof Heyns in een 28 pagina's tellend document gericht aan de Mensenrechtenraad van de VN.
De Amerikaanse regering moet de bestaande procedures verduidelijken om te verzekeren dat de "targeted killings" het internationaal humanitair recht en de mensenrechten naleven. Ook moet aangegeven worden welke maatregelen of strategieën gevolgd worden om slachtoffers te vermijden, luidt het.
Bijzonder grote toename
"Hoewel de schattingen over het aantal aanvallen met drones flink variëren, zijn alle studies het erover eens dat er de voorbije drie jaar een bijzonder grote toename van het gebruik van drones werd vastgesteld", aldus Heyns.
De speciale rapporteur geeft het voorbeeld van Pakistan: volgens de Pakistaanse mensenrechtencommissie zouden Amerikaanse onbemande vliegtuigen minstens 957 mensen in 2010 in Pakistan gedood hebben. Van de sinds 2004 duizenden door drones gedode slachtoffers zouden volgens een -lage- schatting zowat 20 procent burgers zijn.
De aanvallen met drones creëren voor Washington ook problemen in zijn betrekkingen met zijn bondgenoten, onder meer met Pakistan.



Bewerkt door: