Peilingen voorspellen dat de socialist François Hollande de Franse presidentsverkiezingen van zondag op zijn naam zal schrijven.
© photo news.
Europese socialisten kunnen morgen optimistisch feesten op de Dag van de Arbeid. Linkse partijen lijken immers bezig aan een opmars in de regeringen van de EU-landen. Ze kruipen uit de verdrukking van de vele rechtse regeringen. Een greep uit de recente ontwikkelingen in enkele landen.
De socialist François Hollande wordt zondag volgens peilingen vrijwel zeker gekozen tot nieuwe president van Frankrijk, de op een na grootste economie van de eurolanden. Hollande kiest een compleet andere koers dan zijn rechtse rivaal Nicolas Sarkozy, die de voorbije vijf jaar de plak zwaaide in Frankrijk. Hollande wil onder meer het EU-verdrag over de begrotingstekorten wijzigen.
In Romenië is de sociaaldemocraat Victor Ponta vrijdag tot premier benoemd, nadat de rechtse premier Mihai Razvan Ungureanu eerder op de dag door het parlement was weggestemd. Ponta is tegen privatiseringen: die maken Roemenië volgens hem tot een kolonie van buitenlandse bedrijven. Hij is bewonderaar van de Argentijnse revolutionair Che Guevara.
De VVD/CDA-regering van premier Mark Rutte krijgt van de rechtse PVV van Geert Wilders geen gedoogsteun meer. De regering in Nederland leunt nu op GroenLinks, D66 en ChristenUnie voor miljardenbezuinigingen.
De sociaaldemocratische premier Robert Fico kwam op 4 april aan de macht in Slovakije door vervroegde verkiezingen. Hij volgde de centrumrechtse Iveta Radicová op. Fico kondigde meteen plannen aan om personen en bedrijven die veel verdienen, voortaan meer belasting te laten betalen.
Na de langste kabinetsformatie ter wereld ooit kreeg ons land in december een socialistische premier: Elio Di Rupo (PS). Dat gebeurde voor het eerst sinds 1974. Di Rupo kan echter geen grote stempel drukken op het beleid, omdat hij afhankelijk is van vijf andere partijen in zijn coalitie.
De sociaaldemocrate Helle Thorning-Schmidt begon in oktober als premier van Denemarken. Haar blok versloeg bij verkiezingen de centrumrechtse regering van Lars Løkke Rasmussen. Haar regering beëindigde snel omstreden controles bij de grenzen.
Slechts in twee Europese landen namen rechtse regeringen het politieke roer over:
De sociaaldemocratische regering van premier Borut Pahor, in Slovenië, werd in februari vervangen een centrumrechts bestuur onder leiding van Janesz Jansa. Die kondigde meteen bezuinigingen aan.
Bij verkiezingen in het noodlijdende Spanje werd de onpopulaire socialistische partij van premier José Luis Rodríguez Zapatero verslagen door de rechtse Volkspartij van Mariano Rajoy. Die voerde direct ingrijpende hervormingen door.



Bewerkt door: