Bijna altijd als in de westerse wereld een aanslag wordt gepleegd, blijkt de dader Pakistan bezocht te hebben om te fijne kneepjes van het vak te leren in een trainingskamp. Ook de Franse terreurverdachte Mohamed Mera was te gast in zo'n kamp, net als eerder de vier Britten die in 2005 de aanslagen op de metro in Londen pleegden, drie leden van de Hofstadgroep, de schoenbomterrorist David Reid en de kapers van 9/11.
Op het internet zijn genoeg filmpjes te vinden, waarop je kunt zien hoe het er in die kampen aan toegaat: gemaskerde mannen rennen over een stoffige stormbaan, zwaaien met automatische wapens en krijgen les in het maken van bommen.
Maar waarom zou je daarvoor een lange reis naar Pakistan maken, met het risico daarmee op een lijstje van de geheime diensten terecht te komen?
Je kan ook thuis in Europa rondjes door het park gaan rennen om je conditie te trainen, en op het internet uitdokteren hoe je een bom maakt. Vaak zijn het echter 'dolende, boze' jongeren die op jihadistische websites gelijkgestemden ontmoeten en verlangen naar de samenhorigheid en doelmatigheid die ze in een dergelijk kamp wellicht kunnen vinden. Anderen gaan alleen naar Pakistan voor een religieuze training, en ontdekken daar dat ze 'meer willen'.
Glorietijd
De glorietijd van de trainingskampen is echter voorbij: de uitgestrekte kampen met hun goede faciliteiten die voor de aanslagen van 11/9 in Afghanistan floreerden, zijn door Amerikaanse bombardementen in 2001 met de grond gelijk gemaakt.
De Nederlandse Volkskrant bezocht indertijd het kamp Darwunta, nabij de stad Jalalabad, waar ook Osama bin Laden gebivakkeerd heeft. Op het eerste gezicht was er niet veel meer over dan een dorre vlakte vol kraters, brokken baksteen en uitgebrande tanks. Maar wat vooral in het oog sprong was de enorme voorraad wapens die hier nog rondslingerde. Tegen het muurtje van een houten kot lagen honderden granaatwerpers als blokken hout op elkaar gestapeld.
Anderen waren van een heuvel af naar beneden gerold, en lagen tussen verwrongen stukken metaal, kogels, nog nieuw, gewikkeld in vloeipapier in een metalen doosje, en helmen. Er was een kantoor, er waren slaapvertrekken en er slingerden schoolschriften met daarin de aantekeningen van de lessen: hoe schiet je op een enkele tegenstander en hoe op een groep? Hoe vlucht je weg in een stad? Hoe maak je een bom? Allemaal keurig netjes opgeschreven, met de belangrijkste lessen rood onderstreept.
Geheime diensten
Vandaag de dag besteedt al-Qaida de trainingen grotendeels uit aan Pakistaanse militante organisaties als Lashkar-e-Taiba (de groep die vermoedelijk achter de aanslagen in Mumbai in 2008 zit). De kampen zijn klein, een of hooguit twee gebouwen, en bestaan slechts tijdelijk. Om te voorkomen dat ze worden gespot door satellieten of geheime diensten. Naar schatting, bevinden zich op dit moment ongeveer veertig van die kampen in Pakistan, en worden er jaarlijks tussen de 100 en de 150 westerlingen opgeleid. De regering in Islamabad blijft dit oogluikend toezien omdat ze deze kampen niet beschouwen als een bedreiging voor zichzelf. De Pakistaanse geheime dienst zou zelfs met enige regelmaat 'college' komen geven, omdat een deel van de strijders die hier worden opgeleid, zich zullen inzetten voor de strijd tegen aartsvijand India.
Je kan als buitenlander niet zomaar binnenlopen. De jonge mannen die zich aan de poort melden, hebben Pakistaanse familie die voor hen garant staat, komen binnen via een betrouwbaar netwerk in het westen, of zijn via het internet in contact gekomen met religieuze leiders. Als ze in Pakistan arriveren, krijgen ze eerst een religieuze training op een madrassa (islamitische school) en degenen die hen rekruteren, nemen de tijd om de mannen te leren kennen, om zeker te zijn dat het geen spionnen zijn. Pas daarna worden ze de heuvels ingereden voor een militante training. Dat gebeurt dikwijls geblinddoekt.
Typisch dagprogramma
Een typische dag in het trainingskamp begint met het ochtendgebed, en wordt gevolgd door een dienst over het belang van de heilige oorlog. De fysieke en operationele trainingen (geleid door veteranen van jihadistische groeperingen) vinden overdag plaats en 's avonds is er tijd voor indoctrinatie.
Voor het soort schietpartijen die de moordenaar uit Toulouse heeft uitgevoerd, is niet veel militaire training nodig, maar wel koelbloedige overtuiging. De hersenspoelingen die de studenten krijgen, dragen daar zeker aan bij. De video's over westerse misdaden tegen moslims, waar de mannen elke avond urenlang naar kijken, moeten iedere twijfel over de goede zaak van de jihad wegnemen.
Hieronder een filmpje dat in november vorig jaar op jihadistische websites werd opgeladen.


