FBI-agenten die gespecialiseerd zijn in contraterrorisme ontbreekt het aan de taalvaardigheid en het culturele inzicht om succes te boeken. Dat zegt Bassem Youssef, een in Egypte geboren FBI-medewerker die vloeiend Arabisch spreekt. Volgens Youssef wordt de efficiëntie van de FBI-operaties ook ondermijnd door jaloezie, discriminatie en slecht beleid.
Geen cultureel inzicht nodig
Youssef noemde als voorbeeld dat de FBI heeft verklaard dat expertise in zaken van contraterrorisme van belang is, maar zich daar in de praktijk niet aan houdt. De dienst stelt zich namelijk ook op het standpunt dat cultureel inzicht in het Midden-Oosten en radicale islamitische bewegingen, alsmede taalbeheersing, niet nodig zijn voor het leiding geven aan een team van antiterreurdeskundigen.
Discriminatiezaak tegen FBI
Youssef uitte gisteren op een bijeenkomst van de American Library Association zijn kritiek voor de eerste maal in het openbaar. De Arabisch-Amerikaanse agent heeft een discriminatiezaak tegen het bureau lopen en heeft zijn bezorgdheid geuit over het doen van huiszoekingen zonder gerechtelijke vergunning.
Geen promotie
Youssef spande in 2004 een rechtszaak aan omdat hij, ondanks gebleken bekwaamheden en ervaring, na september 2001 verscheidene malen ten onrechte niet in aanmerking zou zijn gekomen voor een promotie. Youssef werd in 1994 door de CIA onderscheiden omdat hij de islamitische beweging was geïnfiltreerd die werd geleid door de blinde sjeik Omar Abdel Rahman, het brein achter de bomaanslag op het World Trade Center van 1993. (novum/lb)
Meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen!


