Het Tsjadische nationale leger en gewapende groeperingen rekruteren nog steeds kindsoldaten, een gebruik waar mensenrechtenorganisaties al jaren tegen vechten. Van de naar schatting tienduizend kindsoldaten werden er de afgelopen drie jaar een duizendtal succesvol uit de gevechten gehaald, meldt Amnesty International in een nieuw rapport.
In het rapport getuigen 41 voormalige en huidige kindsoldaten over hun inlijving. Het precieze aantal kindsoldaten in het Tsjadische leger of bij gewapende groeperingen in het land is onduidelijk. Volgens VN-cijfers uit 2007 zijn het er naar schatting 7.000 tot 10.000.
De vluchtelingenkampen in het oosten van Tsjaad blijken de ideale rekruteringsvijver voor kindsoldaten. De inwoners hebben er geen enkel toekomstperspectief en in de regio heerst grote onveiligheid. Van de bijna half miljoen gevluchte mensen komen er ongeveer 260.000 uit de Soedanese conflictregio Darfoer.
Actie
In 2007 sloten bijna zestig landen een akkoord tegen de inzet van kindsoldaten in gewapende conflicten. Ook de Tsjadische overheid ondertekende het internationale actieprogramma en startte met de hulp van kinderrechtenorganisatie Unicef een demobilisatie- en re-integratieprogramma voor kindsoldaten. Sinds 2007 tot oktober 2010 werden zowat 831 jongens uit de Tsjadische en Soedanese gewapende groeperingen gehaald.
Amnesty is daarnaast eveneens bezorgd over het gebrek aan straffen voor organisaties die kindsoldaten rekruteren. Tot op heden werd er niemand voor vervolgd, luidt het. Begin januari kregen gewapende oppositiegroepen amnestie van president Deby voor misdaden uit het verleden. Eind vorig jaar trok VN-missie MINURCAT zich terug uit het oosten van Tsjaad op vraag van de Tsjadische overheid. (belga/sam)


