De voorbije twee jaar overleden in Bali minstens 78 mensen aan de gevolgen van een beet door een hondsdolle hond. Het eiland, dat wereldwijd in trek is bij toeristen, kampt met een tekort aan vaccins.
Elk jaar heeft het Indonesische eiland Bali met zo'n 30.000 hondenbeten af te rekenen. De autoriteiten op het eiland beslisten recent om zo'n 200.000 dieren af te maken, in plaats van over te gaan tot de massale vaccinatie, zoals was aangeraden door de Wereldgezondheidsorganisatie.
"De behandelingen op het eiland schieten te kort", geeft de verantwoordelijke van het provinciale gezondheidsdepartement op Bali toe. "We hebben hulp nodig."
Plaatselijk geloof
Onder de doden werden tot op heden nog geen toeristen geteld, maar een aantal landen, waaronder de Verenigde Staten en Australië, manen hun onderdanen aan om extra voorzorgen te nemen als ze het land bezoeken.
Het eerste geval van hondsdolheid op Bali werd vastgesteld in 2008, en de ziekte greep sindsdien razendsnel om zich heen. Het probleem wordt deels verergerd door de hoge status die honden in de Balinese cultuur genieten. Volgens een traditioneel geloof nemen de dieren mensen mee naar de hemel. Groepen door vlooien geteisterde honden op stranden, markten en in parken werden dan ook lange tijd ongemoeid gelaten en konden zich makkelijk voortplanten.
Toch werd er nu naar de grove middelen gegrepen. Elk jaar sterven naar schatting 55.000 mensen aan hondsdolheid, het grootste deel in Azië. De aandoening kan makkelijk bestreden worden met een vaccin, maar eens symptomen opduiken, is het te laat. (hlnsydney/tw)


