Het is verre van zeker dat de Europese leiders het deze week eens zullen raken over de doelstellingen van de economische tienjarenstrategie Europa 2020. Op een voorbereidende vergadering van de ministers van Buitenlandse Zaken bleek vandaag in Brussel dat de lidstaten het allesbehalve eens zijn over de doelstellingen.
Vijf doelstellingen
De Europese Commissie presenteerde begin maart vijf grote doelstellingen. Zo zou de Europese Unie tegen 2020 onder meer de werkzaamheidsgraad moeten optrekken tot 75 procent, het aantal vroege schoolverlaters moeten verminderen tot minder dan tien procent en twintig miljoen mensen uit de armoede moeten halen.
Vernuft van Van Rompuy
Onder voorzitterschap van Herman Van Rompuy bespreken de staatshoofden en regeringsleiders de strategie eind deze week op een top in Brussel. De Belgische oud-premier zal zijn politiek vernuft moeten aanspreken, want op een beraad van de ministers van Buitenlandse Zaken bleek grote verdeeldheid.
Sociaal aspect
Staatssecretaris voor Europese Zaken Olivier Chastel bepleitte in naam van België een grotere sociale klemtoon in de strategie. Volgens Chastel mag het sociale aspect niet gereduceerd worden tot de strijd tegen armoede, maar moet ook "het sociale welzijn" in rekening worden gebracht.
Het Belgische standpunt staat haaks op het Duitse en Nederlandse. De ministers van beide landen trokken in twijfel of armoede- en onderwijsdoelstellingen uberhaupt wel tot het Europese bevoegdheidsdomein behoren. Volgens sommige diplomatieke bronnen leken Berlijn en Den Haag zelfs de hele 'topdown'-benadering van de strategie in vraag te stellen.
Chastel ontgoocheld
Chastel toonde zich ook ontgoocheld over het gebrek aan ambitie inzake de opvolging en afdwingbaarheid van de nieuwe tienjarenstrategie. De ontwerpconclusies zijn volgens hem "een stap achteruit" in vergelijking met wat de leiders hadden afgesproken op de informele top van 11 februari. (belga/eb)


