Er worden nu meer dan dubbel zoveel walvissen geharpoeneerd dan tien jaar geleden. Net nu de walvissen zich wat leken te herstellen in onze oceanen. Bovendien blijken walvissen nu al te lijden onder de gevolgen van de opwarming van ons klimaat. Lees er alles over de volgende drie dagen in een verontrustende Planet Watch-special.
Er worden nu meer dan dubbel zoveel walvissen geharpoeneerd dan tien jaar geleden. Bovendien worden ook nog eens jaarlijks 20.000 dolfijnen gevangen voor consumptie. En Japan is geen unicum. Net nu de walvissen zich wat leken te herstellen in onze oceanen, hernemen of intensifiëren verschillende landen de jacht op deze schitterende dieren.
Walvissen bedreigen de mens en niet omgekeerd redeneren de Japanners. Want, beweren ze, de walvissen voeden zich met vis en zijn verantwoordelijk voor de dalende visbestanden. En, hoe meer walvissen in de zee, hoe erger dat gaat worden.
De gemiddelde Belg eet per jaar 9,9 kilo vis, de gemiddelde Japanner 69,1 kilo. Dat komt neer op 19 vissticks per dag, elke dag.
Japanse schoolkinderen op uitstap: de overheid probeert walvisvlees populairder te maken.
71 procent van de Japanners zijn tegen de commerciële walvisvaart gekant. Dat betekent ook dat erg veel minder interesse is voor de 'delicatesse'. Daardoor eindigen sommige walvissen nu al als katten- en hondenvoer. Japan heeft inmiddels zelfs een "walvisberg" opgebouwd van zeker 5.000 ton. Het vlees ligt ingevroren te wachten op de consument. Een nieuwe campagne, onder meer gericht op schoolkinderen, moet helpen om de berg weg te werken.
In de walvisindustrie is de hoop nu gevestigd op China. Als de Chinezen walvisvlees leren eten, komt er een gigantische markt bij.
Aangezien hun spuitgat dan onder water blijft, sterven de dieren uiteindelijk een gruwelijke verdrinkingsdood. Bovendien blijkt dat ongeveer de helft van de gedode vrouwtjes zwanger zijn.
Australië overweegt ondertussen Japan voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag te dagen als er niet gestopt wordt met de jacht op walvissen.
Het afgelopen najaar hebben de Japanners in 12 dagen 59 dwergvinvissen gedood onder het mom van wetenschappelijk onderzoek. Dat is er eentje minder dan het omstreden quotum van de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC). Sinds 2005 heeft Japan de slachtpartijen op walvissen weer opgedreven. De 59 vinvissen die geharpoeneerd werden, waren het slachtoffer van de jaarlijkse campagne voor de kust van het eiland Hokkaido. De echte Japanse "research" begint altijd een paar maanden later. Dan trekt de Japanse vloot naar de Zuidpool en worden tussen 800 en 1.000 walvissen afgeslacht in naam van de wetenschap.
Gruwelijke dood
Om walvissen te vermoorden, gebruiken de Japanners nog steeds harpoenen met springlading. Bij die wapens is de eerste explosie meestal niet genoeg om de getroffen walvis daadwerkelijk te doden. Daarom worden de walvissen vaak aan hun staart aan de zijkant van enorme walvisschepen opgetakeld. Aangezien hun spuitgat dan onder water blijft, sterven de dieren uiteindelijk een gruwelijke verdrinkingsdood. Bovendien blijkt dat ongeveer de helft van de gedode vrouwtjes zwanger zijn.
71 procent Japanners zijn tegen
Het vlees van de hierboven aaangehaalde 36 mannetjes en 23 wijfjes werd, net als dat van alle andere door de Japanse "wetenschappers" onderzochte walvissen, gewoon voor consumptie verkocht.
In Japan is de walvisindustrie volkomen door de overheid gereguleerd. Tokio bepaalt hoeveel walvissen er gevangen mogen worden, wie ze mag verkopen en zelfs tegen welke prijs. Van het geld dat zo verdiend wordt, blijft na aftrek van de kosten en subsidies bijna niets over. Bovendien is in Japan is de publieke steun voor het walvisprogramma de laatste tijd sterk gedaald. 71 procent van de Japanners zijn tegen de commerciële walvisvaart gekant. Dat betekent ook dat erg veel minder interesse is voor de 'delicatesse'.
Walvissen eindigen als katten- en hondenvoer
Daardoor eindigen sommige walvissen nu al als katten- en hondenvoer. Japan heeft inmiddels zelfs een "walvisberg" opgebouwd van zeker 5.000 ton. Het vlees ligt ingevroren te wachten op de consument. Een nieuwe campagne, onder meer gericht op schoolkinderen, moet helpen om de berg weg te werken.
In mei 2008 brachten activisten van Greenpeace aan het licht dat bemanningsleden van de grootste walsvisvaarder Nisshin Maru walvisvlees verkochten op de zwarte markt. De milieuactivisten werden gearresteerd voor diefstal van walvisvlees, wat leidde tot grote internationale verontwaardiging. Australië overweegt ondertussen Japan voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag te dagen als er niet gestopt wordt met de jacht op walvissen.
Misschien willen de Chinezen het eten...
In de walvisindustrie is de hoop nu gevestigd op China. Als de Chinezen walvisvlees leren eten, komt er een gigantische markt bij. Op enkele plaatsen in China en Taiwan is het vlees al te krijgen, als een dure delicatesse. Maar tot nog toe hebben de meeste Chinezen, die toch bekendstaan als ruimdenkende eters, geen trek in walvis.
Ondanks de groeiende afkeer van de consument voor walvisvlees, heeft Japan sinds de slachtpartijen weer opgedreven. Er worden nu meer dan dubbel zoveel walvissen geharpoeneerd dan tien jaar geleden. Bovendien worden ook nog eens jaarlijks 20.000 dolfijnen gevangen voor consumptie.
De achterpoortjes
De Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) besliste in 1986 een tijdelijk verbod in te stellen op de commerciële jacht op walvissen. Er zijn twee uitzonderingen: de jacht wetenschappelijke doeleinden (waar dus de Japanners zich op beroepen) en "aboriginal subsistence whaling": de traditionele jacht door volkeren als de Inuit, die claimen afhankelijk van de walvisvaart te zijn om te overleven.
Japanse logica: walvis bedreigt mens
De Japanners beroepen zich hoofdzakelijk op twee argumenten om de jacht op walvissen goed te praten. Een eerste is economisch van inslag en komt hier op neer: walvissen bedreigen de mens en niet omgekeerd. Want, beweren de Japanners, de walvissen voeden zich met vis en zijn verantwoordelijk voor de dalende visbestanden. En, hoe meer walvissen in de zee, hoe erger dat gaat worden.
19 vissticks per dag
Het argument is door de wetenschap als absurd afgedaan. Niet de walvissen, maar de Japanners zelf eten de zee leeg. Het land is verslaafd aan vis. De gemiddelde Belg eet per jaar 9,9 kilo vis, de gemiddelde Japanner 69,1 kilo. Dat komt neer op 19 vissticks per dag, elke dag. Het heeft voor een stuk te maken met traditie: tot 1872 mocht in het Land van de Rijzende Zon door strikt boeddisme geen dier met vier poten worden gegeten.
Verzonnen traditie
Wat ons meteen doet aansluiten bij het tweede argument van de Japanners om walvissen te doden: de walvisjacht is een culturele traditie die al eeuwen in het land wordt beoefend.
Ook dat is onzin. Want amper één procent van de Japanners hield er zich voor de 20ste eeuw mee bezig. En die één procent waren dan nog eilandbewoners die hun levenswijze onder dwang hebben moeten veranderen wegens te barbaars voor de rest van de Japanners. De 'moderne' Japanse walvisjacht is een praktijk afgekeken van de Noren, opgezet door een meedogenloze zakenman genaamd Jura Oka die Noren inhuurde en Noorse uitrustingen kocht.
Walvissen doden om oorlog te kunnen voeren
In 1908 richtte Jura Oka Nihon Hogeigyo Suisan Kumiai op, of de Japanse Walvisjacht Associatie. Ze bundelde de krachten van 12 bedrijven met een vloot van 28 schepen. Het doel: van Japan het grootste walvisjagende land ter wereld maken. Het was een succes. In amper zeven jaar roeide de vloot in de zeeën rond Japan en Korea de Westerse grijze walvis uit. Tegen 1931 werden 38.000 blauwe vinvissen per jaar afgeslacht in de Stille Oceaan.
In 1935 werd er nog een schep bovenop gedaan: Japan stuurde zijn eerste walvisschepen naar Antarctica. Daar zouden bijkomend nog eens 20.000 walvissen per jaar gedood worden. Het land had immers geld nodig om een oorlog te starten. En zo zorgde de verkoop van walvisolie voor de financiering van de invasie van Mantsjoerije en China. In 1935 weigerden overigens twee landen de Geneefse Conventie voor de Regulering van de Walvisjacht te ratificeren: Duitsland en Japan.
In 1939 waren Japan en Duitsland verantwoordelijk voor 30 procent van de gedode walvissen. Waarna de focus zich zes jaar lang verlegde op het afslachten van onze eigen soort. De walvisjacht viel terug op 10 procent van de vooroorlogse omzet en een groot deel van de vloot werd vernietigd.
Oil for food
De huidige moderne walvisvloot van Japan is eigenlijk een creatie van de Verenigde Staten. In 1946 stelde generaal Douglas MacArthur voor een walvisvloot op te zetten om zeker te zijn van voldoende proteïne voor de overwonnen Japanse bevolking. Het idee was om zo de kosten te drukken van de voedseltransporten van de VS naar het naoorlogse Japan.
Op 6 augustus 1946 tekende MacArthur de richtlijnen waarmee twee verwerkingsschepen en twaalf schepen voor de jacht toestemming kregen om in het Antarctische gebied op walvissen te gaan jagen. De deal hield in dat Japan het vlees zou krijgen en de olie naar de VS ging. De VS gaven 800.000 dollar uit aan brandstof voor de schepen en kregen in ruil daarvoor walvisolie ter waarde van 4 miljoen.
De woordvoerder van de Japanse walvisindustrie Joji Morishita heeft publiekelijk erkend dat de walvisjacht "niet over geld gaat maar over trots". Morishita zweert voortdurend dat "Japan nooit zal toegeven aan de antiwalvisjacht standpunten van de niet-Japanners". (mvl)
- fotospecial Zestig uitzonderlijke foto's van walvissen
Lees ook


