© belga.
Steden en gemeenten betaalden De Lijn vorig jaar 9,1 miljoen euro als tussenkomst in een of ander derdebetalersysteem waardoor inwoners minder of niets moeten betalen om de bus te nemen. Dat is meer dan in 2010, toen er 8,79 miljoen euro betaald werd. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits (CD&V) op een schriftelijke vraag van Marino Keulen (Open Vld).
De grootste bijdrage (4,05 miljoen euro) werd betaald als aandeel in de kost van het abonnement. 93 Vlaamse gemeenten doen dit thans. Ze komen vooral tussen (10 tot 100 procent) in de kost van de Buzzy Pazz, Omnipas en Omnipas 60+. Als tussenkomsten in de kostprijs van kaarten of biljetten werd 1,06 miljoen euro betaald. 54 gemeenten nemen een deel van de kost van een meerrittenkaart (10 verplaatsingen) voor hun rekening. Achttien gemeenten komen tussen om bepaalde verplaatsingen goedkoper of gratis te maken (bv. heen- en terugbiljet op de marktdag).
2,1 miljoen euro werd in 2011 door steden en gemeenten betaald om het netabonnement voor bepaalde leeftijdsgroepen gratis te maken. 33 gemeenten zijn in dit systeem gestapt. Het zijn vooral 60- tot 64-jarigen die er in deze gemeenten van profiteren, gevolgd door -12-jarigen en 12- tot 14-jarigen. Tot slot zijn er drie gemeenten (Gent, Hasselt, Sint-Niklaas) die op bepaalde momenten het openbaar vervoer in hun gemeente gratis gemaakt hebben en hiervoor in totaal 1,8 miljoen euro ophoesten. In Sint-Niklaas bijvoorbeeld is het openbaar vervoer op zaterdag gratis.



Bewerkt door: