5 redenen waarom studeren met een leefloon aangemoedigd moet worden

bewaar artikel
Door:
20/04/12 - 13u12
© Thinkstock.

Armoede 17.000 Belgische leerlingen en studenten moeten een beroep doen op het leefloon om rond te komen en zelfs maar te kunnen studeren. Maal vier op tien jaar tijd: dat is niet om mee te lachen. Jaarlijks kost ons dit 81 miljoen euro. Vijf redenen waarom de investering zijn geld waard is.

1)  Weinig per persoon
De 17.052 studenten en leerlingen die een leefloon ontvangen, krijgen samen 81 miljoen euro.

Dat lijkt veel geld, maar de bonussen van sommige managers is meer dan dat. Voor één persoon. Dit is voor 17.000 Belgen, die door de steun een toekomst krijgen.

Als je het per hoofd berekent, wordt pas duidelijk dat het echt niet zoveel is als het lijkt: 4750 euro per hoofd per jaar, of nog geen 400 euro per maand. De helft van het minimumloon dus. Veel kan je dat niet noemen, om vaak huur, eten én schoolkosten mee te betalen.

Getuigt een marketingstudente (18) in De Morgen vandaag: "Ik krijg met kindergeld en huurpremie erbij 800 euro per maand. Ik dwing mezelf om met 20 euro per week te leven, zodat ik een beetje kan sparen. Spaghetti gaan eten met de klasgenoten zit er niet in."

2) Geld uitgeven om geld uit te sparen
Armen die willen studeren ondersteunen, is een directe investering in de toekomst. Ze halen minstens een middelbare schooldiploma of een van het hoger onderwijs. Dat betekent meer kans op werk en meer kans op een hoger loon. Hun investeringskost hebben ze als werkende mensen zo terugverdiend.

Cru gezegd: Ze worden mensen die iets opbrengen, in plaats van mensen die iets kosten. Win-win: er zijn meer werkenden én minder werkloosheidskosten.


3) Doorbreek de armoedecirkel

Armoede gaat hand in hand met sociale uitsluiting, waardoor de armoede in stand wordt gehouden. Wie in armoede wordt geboren, heeft zelf meer kans om erin te belanden. Tot staatshulp ervoor zorgt dat je wél kan studeren of ten minste je school kan afmaken, waardoor je beter (betaald) werk kan vinden en je de armoedecirkel doorbreekt in plaats van deze in stand te houden. De kinderen van deze personen hebben een andere toekomst, en zullen van hun ouders goed ingepeperd krijgen hoe ze zelf uit armoede kunnen blijven.

4) Minder kennisarmoede
Elk jaar scholing staat voor een massa aan kennis. Feitjes en vaardigheden, maar ook weetjes zoals welke diensten er bestaan, waar je gratis naar de dokter kan, hoe je een computer gebruikt of hoe je goedkoop toch gezond kan koken. Dit leidt tot minder kennisarmoede, en verbetert de kans op werk, gezonder leven en maakt dat je algemeen sterker staat.

5) Hoop
Een leefloon voor leerlingen en studenten biedt niet alleen kansen op een betere toekomst, maar geeft ook hoop. Hoop dat je verder geraakt, dat je eruit weg geraakt, dat je op een dag wél een reis kan maken of ongestoord een spaghetti kan eten. Die hoop maakt dat ze minder geneigd zijn om de samenleving de rug toe te keren en zich eruit terug te trekken. Hoop doet immers leven.


Niet zonder valkuilen

Uiteraard is dit leefloon geen wondermiddel. Er is meer nodig dan geld om school af te maken of verder te studeren. Je hebt wilskracht nodig, je moet gemotiveerd zijn en liefst gesteund worden door vrienden. Voor wie opgroeit in armoede is dit niet evident: de omgeving moedigde studeren niet altijd aan, thuiszitten thuis is soms normaler dan op te staan om te gaan werken of het nut van studeren wordt niet gezien. Je kan niet meepraten, wordt uitgelachen of moet altijd achterblijven: het is niet gemakkelijk om het dan niet op te geven. Onderwijs waar oog is voor armoede en motivatieproblemen, van jongs af aan, kan dit helpen doorbreken.

Ook vrienden spelen een rol. Armen hebben vaak niet veel vrienden: ze willen hun armoede niet tonen omdat ze zich schamen en dus nodigen ze niemand uit. Ze worden uitgesloten omdat ze foute kleren dragen of niet kunnen meepraten, of ze sluiten zichzelf uit. Nochtans kunnen vrienden net een grote rol spelen: ze kunnen laten kennismaken met een andere wereld, met andere manieren van leven en eten, met kleine dingen zoals kranten, een iPad of AngryBirds. Sociale 'insluiting' biedt op een ander niveau een nieuw toekomstperspectief.

Armoede in cijfers
- 15 procent van de Belgen is arm, wat betekent: minder dan 973 euro per maand voor een alleenstaande, 2044 euro per maand voor een gezin met twee volwassenen en twee kinderen.
- 22 procent van de jonge kinderen leeft in armoede
- 20 procent van de 65-plussers is arm
- 50.000 Belgen zijn dakloos
- 100.000 gezinnen kunnen hun schulden niet betalen
- 28.000 kunnen hun hypotheek niet meer aan

In totaal loopt één op vijf Belgen kans op armoede of sociale uitsluiting, dat is iets beter dan in de volledige EU (1 op 4) maar slechter dan in Nederland en Tsjechië (1 op 6).

Immigranten hebben een hogere kans op armoede, net als alleenstaande ouders, vrouwen, zelfstandigen en laaggeschoolden.  Wie arm is, blijft dat vaak zijn of haar hele leven.

En dan zwijgen we nog over de gezinnen die net boven die armoedegrens zitten: ze verdienen meer dan de armoedegrens, maar niet zoveel meer. Officieel zijn ze niet arm, maar ze worstelen wel om het hoofd boven water te houden.

Armoede bevechten is niet simpel, door de vele factoren die ook vaak met elkaar verweven zijn. Maar elke stap is een stap.

Wat vind jij van dit nieuws?

Jouw mening telt !

Meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen!

Meer over