Zes organisaties - waaronder de Liga voor Mensenrechten - stappen naar het Grondwettelijk Hof tegen de nieuwe wet op gezinshereniging. Volgens de ngo's is de wet duidelijk in strijd met "het fundamentele en algemene recht op gezinsleven". Ze zijn echter lang niet de eerste die een beroep tot vernietiging hebben ingediend. Vorige maand verwierp het hof ook al drie vorderingen tot schorsing van de verstrengde wet.
De Liga voor Mensenrechten, ADDe, Ciré, Ligue des Droits de l'Homme, MRAX en Siréas eisen van het Grondwettelijk Hof de nietigverklaring van alle "discriminerende maatregelen" in de wet "die in allerijl werd aangenomen".
Concreet viseren ze vooreerst de specifieke regeling voor mensen met de Belgische nationaliteit. Zij moeten op vlak van inkomen en huisvesting aan strengere voorwaarden voldoen, wat een eerste vorm van discriminatie zou zijn. Dat vermoeden wordt volgens de organisaties nog aangescherpt doordat de beperking in realiteit vooral Belgische burgers van Marokkaanse en Turkse afkomst zou viseren.
"Familiale realiteit"
De nieuwe wet zorgt ook voor discriminatie op grond van rijkdom, argumenteren de verenigingen voorts. De invoering van een minimumbedrag aan "toereikende levensmiddelen", laat volgens hen geen ruimte meer voor het overwegen van de "individuele situatie" en de "familiale realiteit".
Maar ze hekelen ook elk gebrek aan overgangsmaatregelen. Wie een aanvraag indiende onder de oude regeling, kan zijn dossier plots beoordeeld zien met de nieuwe regels. "Gezinnen worden zo in de rechtsonzekerheid geduwd", aldus de organisaties. Bovendien negeerde de wetgever daardoor ook het non-retroactiviteitsbeginsel, luidt het nog.
Tot slot merken de ngo's nog op dat het Europees Hof van Justitie eerder al stelde dat de "bevordering van het recht op gezinsleven" de primaire focus moet blijven inzake gezinshereniging. De nieuwe wet "verwijdert zich echter aanzienlijk aan die primaire focus", besluiten ze.
Niet de eersten
De betrokken organisaties zijn niet de eersten die een vernietigingsberoep aantekenen bij het Grondwettelijk Hof. In totaal zijn al minstens 23 beroepen ingediend, een heel aantal door families die zich benadeeld zien. Een tiental dossiers zijn ook door dezelfde advocaat ingediend, zo valt te horen bij het hof. Een uitspraak moet binnen het jaar volgen, maar voorlopig valt niet te voorspellen wanneer dat precies zal zijn.
Begin februari verwierp het Grondwettelijk Hof wel al drie vorderingen tot schorsing van de verstrengde wet. Dat gebeurde toen echter niet op basis van de inhoud. De eis kwam van enkele ouders uit Iran, Marokko en Kosovo, maar zij konden volgens het hof niet aantonen dat ze "een moeilijk te herstellen ernstig nadeel" ondervonden door de nieuwe regels. Dat is nochtans een vereiste om in te gaan op het schorsingsverzoek.



Bewerkt door: