© belga.
De overheden van de stad Aat waren niet roekeloos, zoals sommigen wilden laten uitschijnen. Dat stelden Pierre Tachenion en Laurent Kennes, de advocaten van de gemeentesecretaris Marc Duvivier en de voormalige burgemeester Bruno Van Grootenbrulle, vandaag voor het hof van beroep in Bergen, dat het dossier van de gasramp in Gellingen op 30 juli 2004 onderzoekt.
De stad Aat had een nood- en interventieplan sinds het midden van de jaren 1990, sinds een brand begin jaren negentig een deel van de installaties van het chemische bedrijf 'La Floridienne', in het centrum van de stad, verwoestte. "De gemeentelijke diensten van Aat zijn niet roekeloos. Aat hoort integendeel zelfs tot de goede leerlingen in Wallonië. Het is echt jammer dat er een vals beeld is opgehangen", benadrukte meester Tachenion.
De twee advocaten stelden ook dat de feiten niet a posteriori, namelijk met de kennis die vergaard werd na de ramp waarbij 24 mensen om het leven kwamen en 132 anderen gewond raakten, mogen worden bekeken. "Kon zo'n ramp voorzien worden? Neen!" Volgens de advocaten was het bovendien onmogelijk rampenoefeningen in de industriezone van Gellingen te organiseren, omdat die nog in aanleg was.
Ten slotte verwierpen ze de stelling dat brandweercommandant Eddy Pettiaux niet wist van het bestaan van de gasleidingen op de bouwplaats van de nieuwe fabriek van Diamant Boart, vandaag Husqvarna Belgium. (belga/adv)


