De Brusselse arbeidsrechtbank heeft in kort geding Fedasil en het Brusselse OCMW veroordeeld tot de opvang van een aantal families van asielzoekers en illegalen met minderjarige kinderen. Dat zegt meester Bob Brijs, één van de advocaten van de asielzoekers. Het is de eerste beschikking ten gronde in een kort geding. Voordien waren wel al voorlopige maatregelen genomen.
Opvang
Een aantal asielzoekers was eerst voor opvang gaan aankloppen bij Fedasil, het federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers, en vervolgens bij het Brusselse OCMW. Telkens werden ze wandelen gestuurd. De arbeidsrechtbank had daarom bij éénzijdig verzoekschrift het OCMW verplicht de asielzoekers op te vangen maar het OCMW had daartegen derdenverzet aangetekend. Tegelijkertijd hadden een aantal andere asielzoekers en illegale families met minderjarige kinderen Fedasil en het OCMW in kort geding gedagvaard omdat ook zij niet waren opgevangen.
Vol
Op de zitting van 29 juni had Fedasil aangevoerd dat het door de oververzadiging van haar opvangstructuur niet meer in staat was de hulpvragers op te vangen, en dat het perfect in zijn recht was om hen door te sturen naar het OCMW. Dat laatste had dan weer geargumenteerd dat die oververzadiging er al maanden zat aan te komen en dus niet kon gelden als bijzondere omstandigheid of situatie van overmacht.
OCMW krijgt ongelijk
De arbeidsrechtbank heeft nu een beslissing over de grond van het kort geding en het derdenverzet geveld. Wat het derdenverzet aangaat, wordt het OCMW in het ongelijk gesteld. Dat betekent dat het wel degelijk de asielzoekers had moeten opvangen en dat het voor de periode waarin het dat weigerde, tussen 6 en 14 mei, dwangsommen verschuldigd is.
Dwangsom
In het kort geding wordt Fedasil veroordeeld tot de opvang van de asielzoekers en de illegale families met minderjarige kinderen, op straffe van een dwangsom van 250 euro per persoon per dag.
Zowel Fedasil als het OCMW kunnen nog in beroep gaan. (belga/sam)


