Mohamed El Azzouzi (27) heeft van de Antwerpse strafrechter een jaar cel gekregen voor het uiten van doodsbedreigingen aan een speurder. De rechtbank vond het bewezen dat hij zijn broer Anass (20) een briefje had bezorgd met daarin de nodige instructies, maar Mohamed ontkende dat.
Anass werd op 8 maart 2007 door twee politiemannen aangetroffen in een park in Antwerpen. Hij stond geseind en werd meegenomen naar het commissariaat. Ze fouilleerden hem en troffen een briefje aan.
GTI
Het was gericht aan een zekere GTI. Die moest het adres van een bepaalde speurder zoeken en 'Musti' naar hem sturen met de boodschap dat hij zich moest terugtrekken. De speurder was met een onderzoek naar Mohamed bezig. Musti moest ook zeggen dat als hij zich niet terug trok, het hem zijn leven zou kosten.
Anass beweerde niet te weten wie GTI was, maar later bleek dat het zijn eigen bijnaam was. Volgens de rechtbank was het duidelijk dat het briefje afkomstig was van Mohamed. Hij had het aan Anass kunnen geven, toen die hem bezocht in de gevangenis. Mohamed ontkende echter dat hij het schreef. Toch kwam het handschrift overeen met brieven die hij eerder naar de onderzoeksrechter geschreven had.
Nog niet uitgevoerd
Anass werd mee vervolgd, maar door de rechtbank vrijgesproken. Hij had het briefje immers al sinds eind januari of begin februari in zijn bezit, maar had nog altijd niet gedaan wat hem in het briefje gevraagd werd. (belga/adv)
Meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen!


