De bank Artesia (Dexia) wist zeer goed dat de kredieten die versterkt werden aan de Language Development Companiers (LDC's) dienden om de omzet van het moederbedrijf L&H op te krikken. Dat replikeerde openbaar aanklager Ann De Braekeleer op de argumenten die het advocatenteam van Dexia begin dit jaar uitspreidde voor het Hof. "Hun pleidooi ging zo erg in tegen het dossier dat er eigenlijk geen beginnen aan is", zo opende de aanklager. "Dexia neemt stukken die zwart zijn en zegt dat ze wit zijn. Belastende stukken weren voorgesteld als documenten ten ontlaste."
Matig smaken
De advocaten rond Hans Rieder hadden begin dit jaar vier dagen lang uitgetrokken om de bank Dexia te verdedigen tegen alle aanklachten. Het openbaar ministerie kon het gevoerde verweer maar matig smaken. "Dexia dacht dat als men maar hard en lang genoeg uittiert, dat het Hof de argumenten zou geloven", zei substituut Ann De Braekeleer.
Omzet opkrikken
Volgens het openbaar ministerie is het zonder meer duidelijk dat Artesia wist dat de kredieten die aan de buitenlandse taalbedrijfjes werden verstrekt, dienden om de omzet van L&H op te krikken. Die LDC's betaalden een licentievergoeding aan L&H maar waren eigenlijk niet meer dan lege dozen, aldus het OM. Dat Artesia meewerkte aan de constructie, ligt volgens het OM ook in het feit dat de bank een belangrijke aandeelhouder was van L&H en zo meeprofiteerde van de stijging van het aandeel.
Verborgen band
De bank wist zeer goed, aldus het OM, dat de band tussen de bestuurders van L&H (die borg stonden voor de kredieten aan de LDC's) en die LDC's verborgen moesten blijven voor de buitenwereld. Diverse getuigenissen en mails werden daarover geciteerd, ook om te bewijzen dat voor het verstrekken van kredieten aan die LDC's Artesia gesprekken voerde met de L&H-top en niet met de zogenaamde initiatiefnemers van die LDc's. (belga/eb)
Meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen!


