Het leefloon is flagrant te laag. Haast alle OCMW's geven daarom aanvullende financiële steun. Dat leert een studie van het Centrum voor Sociaal Beleid.
In de armoede gehouden
Wat al bewezen was voor de pensioenen, staat nu ook vast voor het leefloon: het is te laag. Het ligt lager dan de Europese armoedegrenzen. Wie van het leefloon moet leven, wordt niet uit de armoede gehaald, maar wordt erin gehouden, luidt het.
Een studie van het CSB, het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen, bewijst dat op twee manieren: statistisch en door een studie van het gedrag van de Vlaamse OCMW's. De statistische analyse leert dat voor alle types van gezinnen het leefloon lager ligt dan de twee gebruikelijke Europese armoedegrenzen. Dat geldt ook voor de IGO, de inkomensgarantie voor ouderen, het leefloon voor bejaarden. Het verschil bedraagt doorgaans niet enkele euro's maar 100 euro en vaak meer.
Aanvullende steun
"Hoe meer de federale overheid faalt om een behoorlijk vangnet op te zetten, hoe meer de OCMW's zelf optreden", schrijven de auteurs Natascha Van Mechelen en Kristel Bogaerts. Hun onderzoek leert dat het merendeel van de Vlaamse OCMW's regels heeft ingesteld voor de aanvullende financiële steun voor leefloontrekkers. Dat bewijst dat de praktijkmensen zien dat het leefloon in zoveel gevallen zo flagrant te laag is.
Eind de jaren tachtig had maar een derde van de OCMW's zulke regels, vooral de steden. Vandaag hebben meer dan twee op de drie gemeenten, ook heel veel kleinere, zulke regels. (belga/tdb)


