Voor het hof van assisen van Henegouwen start maandag het proces van zes mensen die betrokken waren bij de moord op Freddy Thiébaut, in januari 2003 in Bergen. De man werd op straat met één enkele kogel in de nek doodgeschoten.
Erfeniskwestie
Camille Vilers, de stiefvader van het slachtoffer, zou de opdracht tot de moord gegeven hebben om een erfenis op te strijken. Jean-Claude Marcq en zijn gelijknamige zoon zullen als de uitvoerders van het contract op de beschuldigdenbank zitten. Naast hen zullen Thierry Marcq, de broer van vader Jean-Claude Marcq, en zijn echtgenote Aurore Durieux, plaatsnemen, bij wie de huurmoordenaars het moordwapen verborgen zouden hebben. De zesde beschuldigde is Josepha Lo Presti, de minnares van Camille Vilers, die er bij Vilers op aangedrongen zou hebben de opdracht tot de moord te geven.
Slachtoffer dood op straat
Freddy Thiébaut werd op 13 januari 2003 dood aangetroffen in de avenue de Jemappes in Bergen, op het trottoir van een spoorbrug. De man was in het verleden al het slachtoffer van een poging tot moord geworden: op 19 december 2002 werd hij door een auto gegrepen die daarna doorreed. Thiébaut raakte toen zwaargewond.
Tip
Het onderzoek trappelde een hele tijd ter plaatse. Maar in april 2004 kwamen de speurders via een tipgever te weten dat Jean-Claude Marcq en zijn zoon de daders waren en dat ze de moord in opdracht van een familielid van het slachtoffer gepleegd zouden hebben. Onderzoek van bankgegevens en telefoontaps bevestigden de contacten tussen vader Jean-Claude Marcq en Camille Vilers.
Bekentenis
Zoon Jean-Claude Marcq ging meteen tot bekentenissen over en gaf de andere betrokkenen aan. Hij vertelde de speurders ook dat het verkeersongeval van decemeber 2002 opgezet spel was. Het proces zou twee weken duren. (belga/vsv)
Meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen!


