De verkeersboetes brengen voor het eerst in vijf jaar minder geld op. Dat blijkt uit cijfers van het boetefonds. Voor het eerst sinds zijn oprichting in 2004 heeft het fonds, dat officieel het Verkeersveiligheidsfonds heet, minder geld gekregen of zo'n 5,5 miljoen euro. Dat blijkt uit cijfers van de federale overheidsdienst (FOD) Mobiliteit.
Aantal slachtoffers halveren
Het Verkeersveiligheidsfonds (VVF) bestaat sinds 2004 en werd in het leven geroepen om het aantal verkeersslachtoffers tegen 2010 te halveren. Het principe is dat de meeropbrengsten van de boetes naar verkeersveiligheid moeten gaan. Het geld dat het fonds krijgt is het verschil tussen het totaal van de boetes van het afgelopen jaar met het totaal van 2002.
Parameters
Zo kreeg het VVF in 2004 nog 41,8 miljoen euro om te verdelen. In 2005 was dat al 64,1 miljoen, in 2006 90,6 miljoen en in 2007 99,2 miljoen. In 2008 is het bedrag voor het eerst gedaald tot 93,7 miljoen.
De daling heeft gevolgen voor de politiezones en de federale politie. Zij kregen het geld toegewezen op basis van actieplannen rond verkeersveiligheid. Het bedrag dat de politie krijgt, wordt bepaald op basis van een aantal parameters zoals de grootte van de zone, het bevolkingsaantal en de evolutie van het aantal ongevallen met doden en zwaargewonden.
Onmiddellijke inningen
Vandaag liet minister van Financiën Reynders al weten dat de Belgen in 2007 311,2 miljoen euro betaalden aan allerhande boetes. Twee derde van het totale boetebedrag, met name 203,7 miljoen euro, heeft betrekking op onmiddellijke inningen voor verkeersovertredingen. De rest komt van veroordelingen in strafzaken en minnelijke schikkingen.
Verdeelsleutel
Het Verkeersveiligheidsfonds was tot voor kort een federale materie, maar wordt voortaan anders verdeeld over de gewesten. Over de verdeelsleutel bestond al van bij het begin onenigheid, omdat er bijvoorbeeld in Vlaanderen veel meer flitspalen staan dan de enkele in Wallonië en Brussel. Nochtans kregen de politiezones in Wallonië en Brussel meer middelen uit het fonds in verhouding tot hun bijdrage.
De huidige verdeling wordt voor de jaren 2008 en 2009 bevroren. Meeropbrengsten keren dan terug naar de politiezone waar de overtreding was vastgesteld. Vanaf 2010 gaat de opbrengst van de overtredingen eerste en tweede graad naar de gewesten waar ze werden geconstateerd. Het gaat hierbij om zeventig tot tachtig procent van alle overtredingen. Enkel de zwaarste overtredingen (categorie 3 en 4) blijven federale materie. (belga/ka)


