2,75 procent van de baby's die in de provincie Antwerpen worden geboren, hebben een aangeboren afwijking. Meestal gaat het om afwijkingen van het hart- en vaatstelsel en de ledematen. In drie op de vier gevallen (74 procent) wordt de afwijking ontdekt voor de geboorte of tijdens de eerste levensweek. Wordt de afwijking voor de geboorte ontdekt, dan kiest bijna 1 op de 10 aanstaande mama's (8,3 procent) voor een abortus.
De cijfers staan in het Eurocat rapport dat de provincie Antwerpen zopas publiceerde. In dat rapport staat hoeveel kinderen met een afwijking worden geboren. Antwerpen heeft momenteel het enige eurocatregister voor Vlaanderen.
Boven Europees gemiddelde
Het aantal pasgeborenen met een afwijking is over de jaren heen vrij constant gebleven. Tussen 1989 en 2006 werden in de provincie Antwerpen 238.213 kinderen geboren, 6.559 onder hen vertoonden een aangeboren afwijking (zoals open ruggetje, gespleten lip, hartafwijkingen, klompvoetjes en het syndroom van Down). Antwerpen ligt voor die periode met een gemiddelde van 2,75 procent iets boven het Europese gemiddelde van 2,25 procent.
Van de 6.559 geregistreerde kinderen met een afwijking werden er 89,9 procent levend geboren. 1,9 procent werd dood geboren. In 8,3 procent van de gevallen werd gekozen om tot een abortus over te gaan. Dit cijfer ligt lager dan in het globale Eurocat-register. (belga/sps)


