UPDATE
Beklaagde Lucien Verkest.
De Belgische staat eist van de zeven partijen in de zaak Verkest een provisionele schadevergoeding van 180 miljoen euro. Dat zei advocaat Yoeri Vastersavendts vandaag bij de start van het proces voor de correctionele rechtbank van Gent. De verdediging van Lucien en Jan Verkest probeert de behandeling van de zaak uit te stellen naar september. "Iedereen is klaar om deze zaak, die al van 1999 dateert, te laten doorgaan", antwoordde de rechtbankvoorzitter.
Dioxinecrisis
Een tiental benadeelden, voornamelijk veevoeder- en mengvoederbedrijven, heeft zich vanmorgen burgerlijke partij gesteld tegen de zeven beklaagden. In totaal zullen een tachtigtal benadeelden een schadevergoeding eisen. De Belgische staat eist een provisionele schadevergoeding van 180 miljoen euro en de aanduiding van een expert om de totale schade vast te stellen. "De volledige schade ligt nog veel hoger", zegt Vastersavendts, die ook optreedt voor het ministerie van Landbouw en het Federaal Voedselagentschap. "Het genoemde bedrag omvat alleen de bedragen die de overheid uitkeerde aan de sector om na de crisis terug op te starten. Het is duidelijk dat zonder de feiten gepleegd door de beklaagden, er van een dioxinecrisis geen sprake zou geweest zijn."
Afwezig
De zeven beklaagden zijn de NV Verkest uit Deinze (nu NV Profat), vader Lucien Verkest, zijn echtgenote Jeanine Dhaenens en zoon Jan Verkest. Voor de SPRL Fogra uit Bertrix (nu SPRL Protelux) gaat het om Jacques Thill en zijn echtgenote Jacqueline. Geen enkele van de beklaagden was in persoon aanwezig op de zitting.
Giftig
Hoofdbeklaagden Jan en Lucien Verkest worden beschuldigd van valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken en bedrog in koopwaar. Ze verklaarden op factuur dat ze aan meng- en veevoederfabrikanten gesmolten dierlijk vet leverden, hoewel het om een mengsel van dierlijk en technisch vet ging. Fogra zou met giftige PCB's besmette vetstoffen geleverd hebben aan Verkest, die het aan de veevoederbedrijven verdeelde.
Procedureslag
De eerste dag van het proces, hoewel alleen bedoeld om de agenda te bepalen, draaide al uit op een kleine procedureslag. Hans Rieder, de advocaat van Lucien en Jan Verkest, kondigde onmiddellijk aan dat hij pas in september kan pleiten in de zaak. Rieder verdedigt ook Dexia in het LHSP-proces (Lernout & Hauspie Speech Products) en wil zich voor de zaak Verkest niet langer vervangen door een collega. "Ik weet bovendien nog niet of we getuigen zullen laten oproepen, die mogelijk een ander licht op deze zaak kunnen werpen."
Tijd genoeg
Het openbaar ministerie verzette zich tegen een poging om de zaak op de lange baan te schuiven. "De eindvordering van het parket dateert al van 28 juni 2002. Ik denk dat de verdediging al genoeg tijd had om met een antwoord te komen", aldus de openbare aanklager. Ook rechtbankvoorzitter Jan Van Den Berghe wou verder uitstel vermijden. "Iedereen is klaar om deze zaak, die al van 1999 dateert, te laten doorgaan."
LHSP
Voorzitter Van Den Berghe moest echter deels toegeven. De zaak LHSP, voor de eerste kamer van het Gentse hof van beroep, krijgt voorrang. De zaak Verkest wordt pas voor het eerst gepleit op 1 september. De verschillende partijen moeten wel daarvoor schriftelijk standpunt innemen. (belga/sps)


