De laatste vier jaar is er een grote wanverhouding tussen het aantal goedgekeurde Franstalige en Nederlandstalige genadeverzoeken aan de koning: 513 Franstalige verzoeken tot kwijtschelding van straf werden ingewilligd, tegenover 109 Nederlandstalige. N-VA pleit intussen voor een afschaffing van het genaderecht.
Het aantal aanvragen (gemiddeld 1.500) was nochtans ongeveer gelijkmatig verdeeld over beide gemeenschappen. In 2010 was de verhouding ingewilligde genadeverzoeken 90% Franstalig (69) tegenover nog geen 10% Nederlandstalig (6). Dat stelt CD&V-senator Dirk Claes. Hij vraagt dringend een eenvormige procedure in het hele land.
De koning heeft het recht de uitvoering van de straf of een gedeelte ervan kwijt te schelden. Hij kan ook de straf verminderen of een omzetting in een proeftijd toestaan.
Uit de cijfers die Dirk Claes heeft ingewonnen, blijkt dat er bij de omzetting van straf in een proeftermijn nog een grotere wanverhouding bestaat: 208 Franstaligen en 5 Nederlandstaligen verkregen deze koninklijke gunst de afgelopen vier jaren. De laatste twee jaar werd deze gunst aan geen enkele Vlaming toegekend tegenover 82 Franstalige veroordeelden.
De CD&V-senator dringt daarom aan op een grondige herziening van de procedure voor kwijtschelding van straf en strafvermindering via de genadeverzoeken. Hij vraagt een eenvormig nationaal beleid van de dienst Genade opdat de procedure in het hele land op een gelijke en objectieve manier zou worden gevoerd met een grondige motivatieplicht.
De grote wanverhouding is voor N-VA-senator Karl Vanlouwe niet nieuw. "Maar zelfs los daarvan, is het de vraag of dergelijke genadeverzoeken aan de koning nog van deze tijd zijn. Een genademaatregel moet immers nooit worden gemotiveerd omdat het een voorrecht is dat door de grondwet aan de koning is toegekend". De N-VA wil daarom dat het genaderecht wordt afgeschaft.
Het is aan de strafuitvoeringsrechtbanken om te beoordelen of gevangenen al dan niet vervroegd worden vrijgelaten, stelt Vanlouwe.
"Dat het genaderecht een exclusieve bevoegdheid is van de koning is een middeleeuwse praktijk", zegt Vanlouwe. "Zonder zich te moeten verantwoorden, kan de koning bij willekeur beslissen over iemands vrijheid. Deze 'koekjesdozenromantiek' is toch echt niet meer te verantwoorden in deze tijden van straffeloosheid. Als er individuele dossiers zijn die een strafvermindering rechtvaardigen - wat kan - dan zijn er andere wegen te bewandelen." (belga/adha)


