De bijzondere commissie 'Spoorwegveiligheid'.
© photo news.
UPDATE De leden van de bijzondere commissie Spoorwegveiligheid van de Kamer hebben gisteren tot laat en deze voormiddag hun conclusies en aanbevelingen opgesteld. Dat gebeurde achter gesloten deuren. Hun zes hoofdstukken tellende eindrapport, dat woensdag wordt gestemd, komt er na maanden van parlementair werk, dat werd opgestart na de treinramp in Buizingen op 15 februari 2010. Daarbij vielen toen 18 doden en meer dan 150 gewonden.
De "commissie-Buizingen" hoorde dan wel vele politici en verantwoordelijken van de NMBS die haar inzicht moesten geven in de werking van en de besluitvorming over de Belgische spoorwegen, toch komt het er voor de commissieleden niet op aan schuldigen aan te wijzen voor het feit dat het spoornet nog steeds niet met een efficiënt noodsysteem is uitgerust dat treinen die een rood licht overschreden hebben, automatisch tot stilstand brengt.
Volgens verschillende bronnen heerst binnen de commissie een grote mate van consensus over de conclusies. Het eindrapport zou woensdag dan ook zonder al te veel problemen goedgekeurd moeten kunnen worden. Wel zouden er nog enkele amendementen aan worden toegevoegd.
Noodremsysteem
In de commissie rezen de voorbije maanden vragen over de keuze van de NMBS voor het noodremsysteem TBL1+, in plaats van het Europese veiligheidssysteem ETCS, dat performanter heet te zijn maar waarvan het ook langer heeft geduurd om het op punt te stellen. Die keuze is ondertussen niet meer gecontesteerd, te meer omdat het TBL1+-systeem toelaat dat in de periode 2020-2030 vrij gemakkelijk kan worden overgeschakeld op ETCS. Bovendien werd de uitrol van TBL1+ versneld en moet eind 2012 het grootste deel van het spoornet met het systeem uitgerust zijn.
Wat hun conclusies zelf betreft, wijzen de comissieleden in hun rapport vooral op de fouten die in het verleden gemaakt zijn. Er werden wel uitgaven gedaan, maar de projecten waar dat geld voor diende, werden niet ten uitvoer gebracht. Ook werden te vaak voluntaristische maar weinig realistische keuzes gemaakt.
Ook aan het probleem van de seinoverschrijdingen - die nog steeds in aantal toenemen - wordt in het eindrapport veel aandacht besteed. De Commissie vraagt dat de NMBS-Groep specifieke maatregelen neemt voor de grote stations en voor Brussel.
Overkoepelend veiligheidsplatform
De veiligheidsinstantie van het spoor, de Dienst Veiligheid en Interoperabiliteit der Spoorwegen (DVIS), moet volgens de Commissie versterkt worden en de rol van overkoepelend veiligheidsplatform krijgen, onafhankelijk functionerend van Infrabel, NMBS en andere spoorbedrijven uit binnen- en buitenland. De Commissie vraagt bovendien dat de DVIS vaker met audits en verslagen komt. Het hoofdstuk over de DVIS moet woensdag wel nog worden afgerond.
Afgelopen donderdag oordeelde de Europese Commissie overigens dat de DVIS (en het Onderzoeksorgaan voor ongevallen en incidenten op het spoor) niet onafhankelijk genoeg zijn. België heeft van de Commissie twee maanden de tijd gekregen om aan te tonen welke maatregelen het neemt om die onafhankelijkheid te verbeteren. Kan België de Commissie niet overtuigen, dan wacht ons land een doorverwijzing naar het EU-Hof van Justitie.
Een andere aanbeveling van de commissie is dat de NMBS haar structuur moet vereenvoudigen. Doel is informatie vlotter te laten doorstromen en situaties waarbij verantwoordelijkheden niet worden opgenomen, te vermijden.
Opleiding
Voorts benadrukt de commissie-Buizingen het belang van een goede opleiding van de treinbestuurders, vooral van de jongeren. Ze heeft ook aandacht voor de werklast, die beter aangepas t moet worden aan het bioritme van het NMBS-personeel, en voor het recruteringsbeleid.
Net als de experts dat al deden, onderstrepen de commissieleden de noodzaak van een echte "veiligheidscultuur". Die moet ook haar ingang vinden in de verschillende beheerscontracten.
Ook al wordt woensdag met de stemming van hun rapport een beslissende dag voor de commissieleden, zeggen ze dat ze vast en zeker de veiligheid op het Belgische spoor zullen blijven opvolgen. Ze kijken daarbij al naar het masterplan voor de veiligheid dat de spoorbazen in de herfst van 2011 moeten klaarhebben.
Als het rapport en de aanbevelingen woensdag worden goedgekeurd, volgt op 10 februari de bespreking in de plenaire zitting van de Kamer. (belga/ep/sps)


