Marc Demesmaeker (N-VA) betreurt dat nog te weinig anderstalige werklozen Nederlands leren.
Meer dan de helft van de werkzoekenden in Halle-Vilvoorde is niet-Nederlandstalig. Dat blijkt uit cijfers die N-VA-parlementslid Mark Demesmaeker heeft opgevraagd bij Vlaams minister van Werk Philippe Muyters (N-VA).
38 procent Franstalig
Uit de cijfers blijkt dat in december 2009 54,3 procent van de 16.118 werklozen in Halle-Vilvoorde niet-Nederlandstalig was. Zo'n 38 procent van de werklozen was Franstalig en 16,3 procent had een andere moedertaal dan het Nederlands of het Frans.
Het aantal niet-Nederlandstalige werkzoekenden ligt vooral hoog in faciliteitengemeenten als Drogenbos (91,6 procent), Kraainem (90,4 procent) en Linkebeek (90,5 procent).
Stijging
Volgens Demesmaeker blijkt uit de cijfers ook dat gemeenten die tot nog toe weinig anderstalige werklozen hadden, nu wel een stijging zien. Dat is onder meer zo in Affligem (van 21,2 procent anderstalige werkzoekenden in 2007 naar 23,1 procent in 2009) en Herne (van 26 procent in 2007 naar 35 procent in 2009). Die cijfers bevestigen volgens Demesmaeker "de ont-Nederlandsing van de Vlaamse Rand".
Uit de cijfers blijkt nog dat het aantal anderstalige werklozen dat een taalcursus Nederlands volgt, in 2009 met 15 procent is gestegen. N-VA juicht die toename toe, maar vindt het aantal cursisten nog te laag. "We moeten vaststellen dat amper 1 op 10 anderstalige werklozen een taalopleiding volgt. Dat is een spijtige zaak, vooral omdat ze daarmee hun eigen kansen op de arbeidsmarkt verkleinen", aldus Demesmaeker. (belga/tw)


