Sinds de verplichting werd ingevoerd dat kandidaat-huurders van een sociale woning een minimum basiskennis van het Nederlands moeten bezitten om ingeschreven te worden op een wachtlijst zijn al 33.115 personen doorgestuurd naar de Huizen van het Nederlands. 8.540 daarvan moesten een cursus Nederlands volgen. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister Freya Van Den Bossche op een schriftelijke vraag van Mark Demesmaeker (N-VA).
Test
Dat slechts 8.540 van de 33.115 doorgestuurde personen een taalcursus dienden te volgen is het gevolg van het feit de sociale verhuurders in het begin iedereen doorstuurde die geen diploma of ander attest kon voorleggen om de kennis van de Nederlandse taal aan te tonen. Sinds 2009 kunnen de onthaalmedewerkers van de sociale huisvestingsmaatschappijen zelf de taalkennis testen en wordt de betrokkene enkel in geval van twijfel doorgestuurd.
Communicatie verbeteren
Van Den Bossche wijst er in haar antwoord ook op dat de maatregel werd ingevoerd om de communicatie tussen de verhuurder en sociale huurder en tussen de sociale huurders onderling te verbeteren. De Raad van State heeft inmiddels geoordeeld dat de grondrechten hierdoor niet worden geschonden. "Deze motivatie kan echter niet worden weerhouden om de taalbereidsvoorwaarde ook op te leggen in de sociale koopsector. De relatie tussen verkoper en koper is immers niet van blijvende aard", aldus de minister. (belga/eb)


