Het Grondwettelijk Hof gaat niet in op de vordering van Vlaams Belang tot schorsing van de wet op de sociale verkiezingen van later dit jaar. De partij vindt het niet kunnen dat die wet een "monopolie" geeft aan de drie traditionele vakbonden ACV, ABVV en ACLVB. Het Hof oordeelde echter dat een schorsing het door Vlaams Belang aangevoerde nadeel niet zou doen verdwijnen.
Schorsing
Vlaams Belang had zowel een vordering tot schorsing als tot vernietiging ingediend van de wet die de sociale verkiezingen regelt. Ze werd ondertekend door zeven parlementsleden - zoals Marie-Rose Morel - en 173 leden, onder wie 79 werknemers uit de privé-sector die uit de drie representatieve vakbonden werden gegooid omwille van hun politieke overtuiging.
Nadeel
Het Hof voert aan dat een schorsing het moet mogelijk maken dat een ernstig nadeel wordt voorkomen dat voortvloeit uit de onmiddellijke toepassing van de aangevochten wet, een nadeel dat bovendien niet of moeilijk te herstellen valt door de gevolgen van de vernietiging ervan. Volgens de indieners van het verzoekschrift is dat nadeel enerzijds de onmogelijkheid zich individueel kandidaat te stellen en anderzijds de inbreuk op hun rechten als kiezer bij de sociale verkiezingen.
Volgens het Grondwettelijk Hof zou dat beweerde nadeel enkel kunnen worden voorkomen door een nieuwe wetgeving, die een recht van individuele kandidaatstelling bij de sociale verkiezingen mogelijk zou maken. Het recht om kandidatenlijsten in te dienen zoals dat beschreven staat in de aangevochten wet van 2007 wordt immers op identieke wijze geregeld in de Wet Organisatie Bedrijfsleven uit 1948 en de Wet Welzijn Werknemers uit 1996.
In geval van schorsing zouden de bestreden bepalingen van toepassing blijven. "Een schorsing van de bestreden bepalingen zou dus het door de verzoekende partijen aangevoerde nadeel niet kunnen doen verdwijnen", aldus het Grondwettelijk Hof.
Procedureredenen
In een reactie stelt Vlaams Belang dat zijn verzoek werd afgewezen om procedureredenen. De partij wijst er nog op dat het Grondwettelijk Hof erkent dat een werknemer wel degelijk belanghebbende is om de wet aan te vechten. Voor Vlaams Belang is het arrest een eerste stap in een lange procedure. "In een volgende fase is de hoogdringendheid niet meer vereist, en een debat en een uitspraak ten gronde over het onwettige vakbondsmonopolie is bij de volgende zitting aan de orde", luidt het. (belga/gb)


