Leerlingen tussen 15 en 18 jaar die deeltijds onderwijs volgen, moeten vanaf volgend schooljaar 28 uur per week bezig zijn. Vlaams onderwijsminister Frank Vandenbroucke (sp.a) heeft daarover een concept 'leren en werken' uitgewerkt en de Vlaamse regering keurde dat vandaag goed.
Schoolmoe
Vlaanderen telt ongeveer 11.000 leerlingen die kiezen voor afwisselend leren en werken. Dit kan een goede oplossing zijn voor jongeren die schoolmoe zijn. Ze gaan een paar dagen per week naar school en de rest van de tijd zouden ze moeten werken. Maar dat gebeurt vaak niet. Deeltijds onderwijs kampt met een te negatief imago, vaak ontbreekt het luik werkervaring of is het leertraject niet op maat van de jongere.
Concept
Minister Vandenbroucke lanceert nu een nieuw concept waarbij jongeren een 'voltijds engagement' moeten opnemen van 28 uur per week. Dat stemt overeen met het aantal lesuren in het voltijds secundair onderwijs. Daarvoor wordt, binnen de Vlaamse bevoegdheden, de leerplichtwet aangepast. Om dat voltijds engagement mogelijk te maken, worden de drie bestaande systemen van deeltijds onderwijs beter op elkaar afgestemd. Deeltijds leren kan op drie manieren: via het deeltijds secundair beroepsonderwijs, via de leerplicht (het vroegere leercontract) en via de deeltijdse vormingen. In welke fase van een traject de jongere zich bevindt, of welk profiel die ook heeft, hij moet altijd kunnen rekenen op individuele en flexibele trajecten met een goede trajectbegeleiding", zegt minister Vandenbroucke.
Werk
Er zijn ook afspraken gemaakt over meer werkervaringsplaatsen. Voor leerlingen die nog niet arbeidsrijp zijn en dus nog geen deeltijdse job aankunnen, is er een aanbod aan "brugprojecten" (net geen echte jobs bij gemeenten) of voortrajecten die werken rond arbeidsmarktgerelateerde attitudes. Een betere opvolging van de jongeren moet ervoor zorgen dat diens voltijds engagement geen lege doos blijft. (belga/sam)


