De voorbije twee jaar werden er in de Europese Unie bijna 6,5 miljoen nieuwe banen gecreƫrd en de werkloosheid zal dit jaar dalen tot een historisch laag niveau. De jeugdwerkloosheid en het tekort aan investeringen in opleiding blijven echter zorgen baren.
Nieuwe banen
Vandaag bracht de Europese Commissie een optimistisch rapport over de werkgelegenheid uit. De hervormingen van de arbeidsmarkten hebben hun vruchten afgeworden. De laatste twee jaar zijn in de EU bijna 6,5 miljoen nieuwe banen gecreƫerd en in de loop van dit jaar worden nog eens vijf miljoen bijkomende jobs verwacht. Toch zouden er volgens de Commissie nog 20 miljoen jobs moeten worden geschapen indien de EU tegen 2010 een werkgelegenheidsgraad van 70 procent bereikten, zoals vooropgesteld werd in de strategie van Lissabon.
Optimisme
De werkloosheid zal dit jaar onder de drempel van zeven procent duiken, het laagste niveau sinds midden jaren tachtig. In 2005 bedroeg de werkloosheid nog 8,9 procent. Zowel bij mannen als bij vrouwen daalde de werkloosheid en ook de cijfers over langdurige werkloosheid zorgen voor optimisme. De langdurige werkloosheid daalde voor het tweede jaar op rij en bedraagt nu 3,6 procent.
Jeugdwerkloosheid
Bij de jongeren blijft werkloosheid weliswaar een pijnpunt. Met een gemiddelde jeugdwerkloosheid van 17,4 procent blijven jongeren een meer dan twee keer zo groot risico lopen om werkloos te worden. Twee jaar geleden beloofden de staatshoofden en regeringsleiders van de EU dat alle jonge werkloze schoolverlaters tegen eind 2007 binnen zes maanden een baan, een stage of een aanvullende opleiding aangeboden moeten krijgen, maar enkel Oostenrijk, Zweden en Finland lossen die verwachting volledig in. Ons land slaagt voor tachtig tot negentig procent van de schoolverlaters in die doelstelling.
Levenslang leren
De regeringsleiders beloofde ook meer inspanningen te doen om het voortijdig schoolverlaten terug te dringen tot tien procent tegen 2010. Slechts zes landen halen die norm reeds. Het Europese gemiddelde bedraagt nog steeds 15,3 procent. Er werden volgens de Commissie ook onvoldoende inspanningen gedaan om minstens 85 procent van de 22-jarigen het hoger secundair onderwijs te laten afronden tegen 2010. De lidstaten moeten daarom veel meer investeren in programma's voor levenslang leren. (belga/gb)


