-
 

De beginjaren van de moderne Olympische Spelen

De Franse edelman Pierre De Coubertin (links zittend en kleine foto) pikte in 1896 de Griekse traditie van Olympische Spelen weer op.
De poster van de allereerste moderne Spelen in Athene 1896. Foto IOC
De Griek Spyridon Luis won in 1896 de eerste marathon van de moderne Olympische Spelen. Foto IOC
Jim Thorpe was de held van de Spelen in Stockholm. Foto copyright IOC
De Olympische Spelen zijn een uitvinding van de oude Grieken. Volgens de mythologie was het Pelops die de eerste Spelen hield in Olympia. Geschiedkundigen situeren de eerste Olympische Spelen al in 776 voor Christus. Het was de jonge Franse edelman Pierre De Coubertin die de moderne Spelen in het leven riep. Op het eerste olympische congres in 1894 in Parijs werd beslist dat de eerste Spelen in Athene zouden gehouden worden om de traditie in ere te houden.

Athene 1896
De beginjaren van de Spelen waren heel moeilijk, vooral financieel. Slechts veertien naties stuurden atleten, in totaal 241 enkel mannelijke atleten in 43 sporten naar Athene, waar de Britse koning George I in april 1896 de eerste openingsceremonie leidde. De Amerikaanse hinkstapspringer James Connolly gaat de geschiedenis in als de allereerste olympische kampioen met een sprong van 13.71. De winnaars kregen toen nog een zilveren medaille en een olijfkrans (zoals in Athene 2004). Een Griekse herder - Spyridon Louis - won de allereerste marathon. Liefst 100.000 toeschouwers juichten hem toe bij zijn triomfantelijke zege. De zwemmers werden op deze eerste Spelen met een boot naar volle zee gebracht en vervolgens aan hun lot overgelaten. Het olympische volkslied weerklonk voor het eerst en werd gecomponeerd door Samaras/Palamas.

Parijs 1900
De tweede olympiade in Parijs viel in 1900 samen met de Wereldtentoonstelling in de Franse hoofdstad. Er was geen officiële opening. Omdat de Spelen over vijf maanden verspreid waren, kregen ze minder aandacht. Er waren wel meer landen (24), meer sporten (95) en meer atleten (bijna duizend). Voor het eerst mochten ook vrouwen deelnemen. De Britse tennister Charlotte Cooper werd de eerste olympische kampioene. Eén van de blikvangers bij de mannen was de Sioux-Indiaan Irving Baxter die zowel het hoogspringen (met een revolutionaire stijl: hoofd vooruit over de lat en landde op zijn handen in zandbak) als het speerwerpen won. De Belgen waren voor het eerst van de partij en pakten meteen vijftien medailles. ze hadden wel weinig concurrentie toen.

Saint-Louis 1904
Ook in het Amerikaanse Saint-Louis werd dezelfde fout gemaakt om de Spelen te combineren. Slechts 651 atleten namen deel - van wie maar zes vrouwen - aan de competities die over 4,5 maanden verspreid waren. De toekomst van de Spelen leek toen zelfs in gevaar. Voor het eerst waren er gouden, zilveren en bronzen medailles. Boksen en worstelen waren de nieuwkomers bij de sporten. De marathonlopers Len Tau and Jan Mashiani waren de eerste Afrikaanse deelnemers. De grootste topprestatie kwam van de Amerikaan James Lightbody (foto), die de 800m (met wereldrecord), 1500m en de 2590 steeple won. Geen enkele Belg waagde de oversteek van de Atlantische Oceaan.

Londen 1908
Eerst was de vierde olympiade toegewezen aan Rome, maar dat ging niet door vanwege de uitbarsting van de Vesuvius, die het hele land in de ban hield en Londen werd op de valreep de organisator. De Spelen herpakten zich, want voor het eerst waren er meer dan 2000 deelnemers (van wie 37 vrouwen), verdeeld over 22 naties en 110 disciplines. De boogschutters William en Charlotte Dod werden de eerste broers en zussen om olympisch kampioen te worden. Oscar Swahn pakte goud in het schieten op levende herten, één schot. Met zijn 60 jaar bleef hij tot de dag van vandaag de oudste olympische kampioen. De Zweed behaalde twaalf jaar later zelfs nog een zilveren medaille. Duiken en veldhockey maakten voor het eerst hun opwachting. De antiheld van de Spelen werd de Italiaan Dorando Pietri, die in de marathon als eerste het stadion binnenliep, maar dan vijf keer viel van vermoeidheid. Officials moesten hem over de streep dragen, waardoor hij gediskwalificeerd werd. De Belgen behalen in Londen acht medailles, waaronder één gouden. Die was er voor Paul Van Asbroeck in het vrij pistoolschieten 50 meter.

Stockholm 1912
De vijfde olympiade in Stockholm betekende de definitieve doorbraak van de olympische beweging. De Zweden waren een toonbeeld van efficiëntie en introduceerden het olympisch dorp, de electronische tijdsopname en de stadionomproeper. Het waren ook Spelen voor harde sporters, want de wegwedstrijd wielrennen was liefst 320 km lang, een record in de olympische geschiedenis. De finale in het Grieks-Romeins worstelen in de middenklasse tussen de Rus Martin Klein en de Fin Alfred Asikainen duurde liefst elf uur. De grootste held van Stockholm 1912 was de Amerikaan Jim Thorpe, die zowel de vijfkamp als de tienkamp won. De Zweedse koning Gustav V noemde hem terecht 'de beste atleet ter wereld. In Zweden was de Belgische oogst minder groot dan vier jaar eerder in Londen, maar ook slechts 35 atleten voor acht sporttakken maakten de verplaatsing. De zes medailles, twee gouden en vier bronzen waren vooral te danken aan Paul Anspach en zijn medeschermers.

Herbeleef de openingsceremonie van toen
28/07/08 14u09
      mailIcon Mail een vriend(in)      printIcon Printversie

Jouw mening telt!

Deel jouw mening met meer dan 300.000 HLN-bezoekers

 

© De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.

Mediargus Metriweb