© ap.
De Syrische veiligheidsdiensten hebben de afgelopen maanden meer dan 100 burgers en gewonde of gevangengenomen strijders van de oppositie geëxecuteerd. Mogelijk is het aantal tegenstanders van het regime van president Bashar al-Assad, dat zonder vorm van proces om het leven is gebracht, nog veel hoger.
Dat schrijft de internationale organisatie voor de mensenrechten Human Rights Watch in een rapport dat vandaag gepubliceerd werd. Daarin worden meer dan tien incidenten beschreven waarbij sinds eind 2011 in de provincies Idlib en Homs zeker 101 mensen werden gedood. De meeste slachtoffers vielen in maart. "In een wanhopige poging de opstand neer te slaan hebben de Syrische veiligheidsdiensten mensen in koelen bloede gedood, of het nu burgers of strijders van de oppositie waren", zegt Ole Solvang van de mensenrechtenorganisatie.
In een oorlogssituatie zijn soldaten een legitiem doelwit. Strijders die gewond zijn, zich hebben overgegeven of gevangen zijn genomen, mogen echter niet zomaar worden gemarteld of doodgeschoten. Dat is volgens het internationaal recht een oorlogsmisdaad.
Oorlogsmisdaden
Human Rights Watch publiceerde eerder een rapport waarin staat dat ook Syrische opstandelingen oorlogsmisdaden plegen. Die misstanden moeten grondig worden onderzocht, maar ze rechtvaardigen het optreden van de Syrische veiligheidsdiensten absoluut niet, aldus de mensenrechtenorganisatie.
Om te voorkomen dat nog meer de mensenrechten in de oorlog in Syrië worden geschonden, zou de internationale gemeenschap ervoor moeten zorgen dat verdachten van oorlogsmisdaden voor het Internationaal Strafhof in Den Haag moeten verschijnen, vindt Human Rights Watch. Ook zouden geen wapens meer moeten worden verkocht aan de regering en sancties moeten worden opgelegd aan iedereen die oorlogsmisdaden pleegt.
De gewapende strijd op zich eist ook veel levens. Sinds eind vorig jaar stierven honderden mensen als gevolg van artillerieaanvallen, kogels van sluipschutters en gebrekkige medische zorg.



Door: