Patrik Sinkewitz is tot dusver de enige die het dopinggebruik bij T-Mobile toegeeft.
Minstens vijf renners van de Duitse wielerformatie T-Mobile hebben tijdens de Tour de France van 2006 bloeddoping gebruikt. Ze maakten daarvoor gebruik van de accommodaties van de universiteit van Freiburg. Dat meldt de Duitse krant Stuttgarter Zeitung in zijn zaterdageditie.
Intern onderzoek
De krant baseert zich op de voorlopige resultaten van een intern onderzoek van de universiteit naar de dopingpraktijken van bepaalde artsen. Tot nog toe is de Duitser Patrick Sinkewitz de enige die het dopinggebruik toegeeft. De Stuttgarter Zeitung weet nu dat Sinkewitz op 1 juli 2006 in Freiburg vergezeld werd van vier teamgenoten. Het vijftal had na de proloog in Straatsburg de verplaatsing gemaakt naar Freiburg om zich daar met behandeld bloed te laten inspuiten. T-Mobile reageert niet verbaasd. "Sinds de bekentenissen van Sinkewitz was het vrij duidelijk dat hij geen geïsoleerd geval was", zegt woordvoerder Christian Frommert.
Contract
De Stuttgarter Zeitung heeft ook weet van een contract dat Telekom in 1999 sloot met de universiteit van Freiburg. Telekom investeerde 1,35 miljoen euro in de strijd tegen doping. De voornaamste begunstigde was dokter Andreas Schmidt, die geacht werd met het geld onderzoek te doen om EPO-gebruik te kunnen opsporen. In mei van dit jaar gaf Schmidt toe dat hij het was die de renners van Telekom zelf EPO toediende. Telekom stopte onlangs met wielersponsoring. Het bedrijf wil zijn naam niet meer besmeurd zien door de vele dopingzaken.
Namen
In het artikel van de Stuttgarter Zeitung worden er geen namen onthuld. Nadat de Duitser Jan Ullrich en de Spanjaard Oscar Sevilla door het uitbreken van de zaak-Puerto uit het team genomen werden, startte T-Mobile in de Tour van 2006 met slechts zeven renners. Dat waren de Duitsers Andreas Klöden, die tweede werd, Matthias Kessler en Patrik Sinkewitz, de Australiër Michael Rogers (negende), de Italianen Giuseppe Guerini en Eddy Mazzoleni en de Oekraïner Sergei Gonchar. (belga/lpb)


