Een Russische tiener heeft dag voor dag de horror van de blokkade door de nazi's van de Russische stad Leningrad, het huidige Sint-Petersburg, tijdens de Tweede Wereldoorlog neergepend in een intiem dagboek. Het dagboek van de Russische Anne Frank wordt nu, zeventig jaar na het beleg, gepubliceerd.
De Russische Lena Moechina begon in mei 1941 haar hoop en angsten in een dagboek neer te schrijven, haar hartstocht voor klasgenoot Vladimir en haar zorgen over haar slechte punten werden eveneens aan het blanke papier toevertrouwd. Na de aankomst van de Duitsers verandert het persoonlijke verhaal echter in een relaas over honger, vertwijfeling en dood in de belegerde stad.
De getuigenis van Moechina wordt enkel in Rusland gepubliceerd naar aanleiding van de 70ste verjaardag van de blokkade van de stad. Het beleg van Leningrad begon namelijk op 8 september, twee maanden na de invasie van de Duitsers. Volgens historici kwamen in de stad tussen 600.000 en 1,5 miljoen mensen om het leven door honger en bombardementen.
Het dagboek werd ontdekt door Sergej Jarov, een geschiedkundigde aan de Europese Universiteit van Sint-Petersburg. Hij vergeleek haar relaas met dat van Anne Frank, de joodse tiener die zich in het Nederlandse Amsterdam verborgen hield tijdens de bezetting en omkwam in een concentratiekamp.
De redacteuren van het dagboek slaagden er in verwanten van Moechina in Moskou op te sporen. Zo kwamen ze te weten dat het meisje het beleg overleefde en in 1991 op 66-jarige leeftijd overleed. (afp/adb)


