De term 'misser' is hier zorgvuldig gekozen. De platen in deze lijst zijn immers niet allemaal per definitie "slecht". Van sommige artiesten hadden we gewoon meer verwacht dan wat ze de wereld hebben ingestuurd. Andere 'artiesten' trakteerden ons dan weer gewoon op bagger. En avant, hier gaan we.
Werden de voorgaande platen nog voorafgegaan door knallende singles als 'Oh My God', 'I Predict A Riot', 'Ruby' en 'Never Miss A Beat', dan moest 'The Future Is Medieval' het stellen met 'Little Shocks', een nummer waar wij het warm noch koud van kregen.
Zanger Ricky Wilson van Kaiser Chiefs. © photonews
Lou Reed. © photonews
Fred Durst en Wes Borland (Limp Bizkit). © getty
Zanger Harry McVeigh van White Lies. © photonews
A.R. Rahman, Mick Jagger en Dave Stewart op de lancering van SuperHeavy. © getty
Geike Arnaert.
© belga.
Kaiser Chiefs - The Future Is Medieval
De Kaiser Chiefs dachten dit jaar een revolutie te ontketenen in de muziekwereld, door hun vierde plaat door de fans zelf te laten samenstellen. Het idee was simpel: de fans konden uit een selectie van twintig nummers hun tien favorieten kiezen, zelf de hoes samenstellen en zo een gepersonaliseerd exemplaar in huis halen. Eind juni verscheen alsnog een eigen, door de band gekozen, versie van het album maar globaal genomen verkocht 'The Future Is Medieval' slechts een fractie van de vorige platen.
Dat is geen toeval, want nadat de derde langspeler 'Off With Their Heads' al niet op algemeen gejuich onthaald werd, geldt dat nog meer voor 'The Future Is Medieval'. Hoe revolutionair het idee van de platenverkoop ook was, hetzelfde kan jammer genoeg niet gezegd worden van het album zelf. Werden de voorgaande platen nog voorafgegaan door knallende singles als 'Oh My God', 'I Predict A Riot', 'Ruby' en 'Never Miss A Beat', dan moest 'The Future Is Medieval' het stellen met 'Little Shocks', een nummer waar wij het warm noch koud van kregen. Hetzelfde geldt voor de rest van de plaat, die in een poging tot vernieuwing blijft steken in lang uitgesponnen, inspiratieloze nummers.
Die middelmatige lijn trok zich vorige zomer ook door op de festivals. Op Pinkpop kregen de Chiefs het publiek wel mee met de bekende meestampers, maar kregen ze geen lijn in hun set en haalden ze de vaart eruit om uit hun nieuwe album te puren. Een scenario dat zich een maand later herhaalde op Rock Werchter en in het najaar in de Ancienne Belgique. Erg jammer, want Kaiser Chiefs staat normaal garant voor een stevige portie entertainment maar dit jaar bleven we toch fameus op onze honger zitten. Herpakken jongens !
Metallica & Lou Reed - Lulu
Deze plaat had gerust op nummer één kunnen staan en zal dat in de meeste eindejaarslijstjes ook doen, om de simpele reden dat dit een miskleun van jewelste is. Maar we zijn beperkt in de lengte van ons artikel en willen er dan ook niet te veel woorden aan vuil maken. Over de belachelijk titel van de plaat zouden we het zelfs niet willen hebben, ware het niet dat die toch een woordje uitleg vereist. De songs op de plaat zijn namelijk geïnspireerd op teksten van een of andere Duitser die in de vorige eeuw toneelstukken schreef over een zekere Lulu: teksten waarvan Lou Reed dacht hij er wel een album uit zou kunnen puren. Helaas komt hij de laatste jaren niet verder dan wat onverstaanbaar artistiek gewauwel en dat is op deze plaat niet anders. Tot daar aan toe, maar dat hij als 'backing band' Metallica kiest, moet een van de slechtste ideeën uit de rockgeschiedenis zijn. Welke boodschap Lou Reed ook wilde overbrengen, op deze plaat krijgt ze door de wall of sound die Metallica optrekt geen enkele kans. Misschien maar goed ook.
Limp Bizkit - Gold Cobra
Elk jaar zijn er wel enkele groepen die menen te denken dat de mensheid op hun comeback zit te wachten. Limp Bizkit is daar geen uitzondering op. Nu, we gaan daar niet flauw over doen: 'Nookie' en 'Break Stuff' vanop 'Signifant Other' uit 1999 zijn nog steeds erg catchy en hun passages op Rock Werchter en Pukkelpop de voorbije jaren waren een leuk, nostalgisch tripje naar het begin van de 'nillies', maar daar houdt het ook bij op. Of we echt nood hadden aan een nieuw album met de nietszeggende raps van Fred Durst en de down-tuned riffs van de overschatte Wes Borland is een andere zaak. Wat ons betreft is Limp Bizkit de zoveelste groep in een lange rij van has beens die in de wanhopige veronderstelling verkeert dat ze nog relevant is. 'Gold Cobra' steunt ons in die overtuiging.
White Lies - Ritual
Toen White Lies in 2009 met 'To Lose My Life' de neus aan het venster stak, waren de vergelijkingen met Editors, Interpol en ook Joy Division niet uit de lucht. Er zijn slechtere voorbeelden. De reacties waren gemengd, en dus was het angstaanvallig uitkijken naar opvolger 'Ritual'. Je zou denken dat White Lies op hun tweede plaat een eigen identiteit zou zoeken, maar helaas blijven de Londenaars krampachtig in dezelfde vijver vissen. De melodramatische teksten van zanger Harry McVeigh die amper het tienerniveau overstijgen (Felt loved last night/ For the first time in a long time/ It feels like coming home to stay /Like falling in the sea when it's too hot in the sun ... anyone?) en songs die onnodig lang gerokken worden (50 minuten voor 10 nummers alstublieft), doen hun zaak dan ook geen goed. Leuke refreinen, dat wel, en met een hoog meezinggehalte, maar daar blijft het dan ook bij. Een gemiste kans voor een nochtans veelbelovende band.
Chris Brown - F.A.M.E.
Evolueren is een proces dat doorgaans gewaardeerd wordt in de muziekindustrie. Chris Brown, die op amper 22-jarige leeftijd ondertussen toch al drie langspelers op zijn naam heeft staan, lijkt dat concept niet echt te doorgronden. Zijn vorige album 'Graffiti' was al een stinker van formaat en op F.A.M.E. is er niet meteen verbetering hoorbaar. Wel integendeel, steeds weer dezelfde infantiele teksten en bombastische muziek waar de clichés van afdruipen en die verschrikkelijke autotune die tegenwoordig overal opduikt. Verschrikkelijk. Commercieel succes gegarandeerd misschien, maar wij geven onze portie liever aan de hond. Weg ermee.
SuperHeavy - SuperHeavy
Wat is dat toch met supersterren die de handen in elkaar slaan om een 'supergroep' te vormen? Net als in de sportwereld is dat zelden een garantie voor succes. Joss Stone, Mick Jagger, Dave Stewart, Damian Marley en Bollywood-ster A.R. Rahman besloten tegen beter weten in toch eens een poging te wagen. U hoeft geen kernfysicus te zijn om te zien dat die samenstelling gedoemd was om te mislukken. Dit bont allegaartje van verschillende stijlen mist elke geloofwaardigheid. Of wat anders gedacht van een rappende Mick Jagger op 'Energy', om maar een voorbeeld te nemen. SuperHeavy heeft ondanks zijn naam geen potten gebroken, wat het gezien het onmiskenbare talent binnen de groep eigenlijk wel had moeten doen.
Owl City - All Things Bright And Beautiful
Met Fireflies, een fris en charmant electropop-deuntje, scoorde Adam Young als Owl City twee jaar geleden een redelijke radiohit bij ons. Een nummer dat toen naar meer smaakte, maar na het beluisteren van 'All Things Bright And Beautiful' (zijn derde plaat al!) zouden we onze mening willen herzien. Waar Gotye (om maar meteen een vergelijking te maken) als multi-instrumentalist steeds verrassend en vernieuwend uit de hoek komt, blijft Owl City steken in steeds dezelfde feel good-electropop. Eerste single 'Alligator Sky' is, ondanks de contributie van rapper Shawn Crystopher, niks meer dan een flauw doorslagje van 'Fireflies'. Net als de rest van de plaat hebben we het gevoel dat we die zeemzoete, stroperige synthpop al eens eerder hebben gehoord.
Viva Brother - Famous First Words
Viva wie? U hoeft niet beschaamd te zijn als u nog nooit van deze zelfverklaarde redders van de Britpop hebt gehoord, wel integendeel. Prijs u gelukkig. De debuutplaat van dit groepje werd in de Britse pers genadeloos neergesabeld als een tragikomische poging om te wedijveren met de populairste Britse bands van de jaren '90: Oasis en Blur om er maar twee te noemen. Op vlak van arrogantie en zelfzekerheid kunnen ze inderdaad naast de Gallagher-broers gaan staan, maar waar 'Definitely Maybe' van Oasis uit 1994 een van de beste debuutplaten aller tijden is, blijft 'Famous First Words' steken in de clichés (elke song eindigt met een fade out) en infantiele, nietszeggende teksten. Alles wat je op de plaat hoort, heb je twintig jaar geleden al eens gehoord. En minstens tien keer beter.
Geike - For The Beauty of Confusion
Om meteen alle misverstanden uit de wereld te helpen: Geike Arnaert is een steengoede zangeres. Dat heeft ze uitvoerig bewezen bij Hooverphonic, waar ze in 2008 plots haar biezen pakte om een solocarrière uit te bouwen. Eind dit jaar kwam ze dan eindelijk met haar eerste worp: 'For The Beauty of Confusion'. Een passende titel, want we horen een onzekere artieste die nog niet zeker is welke richting ze moet inslaan. Geike kiest het zekere voor het onzekere: nummers met een elektronisch tintje waar de geest van Hooverphonic in ronddwaalt, maar die vaak het uiterste van haar stem vragen en op vlak van compositie vaak met haken en ogen aan elkaar hangen. Een gevoel dat meteen tot uiting kwam bij eerste single 'Rope Dancer', waarbij -eerlijk is eerlijk- onze tenen krulden telkens we het op de radio hoorden. En ja, er staan ook nummers op waarin haar stem wel tot haar recht komt -'Unlock' bijvoorbeeld-, maar die zijn schaars. Kortom, een gebrek aan echt goede nummers die maken dat 'For The Beauty Of Confusion' niet het debuut is dat we van Geike verwacht hadden. Zonde.
Cold War Kids - Mine Is Yours
Cold War Kids is niet echt een band die je in een welbepaald hokje kan stoppen. Dat leverde de groep eerder al twee min of meer succesvolle albums op. Nummer drie is voor eender welke band een gewaagde sprong, en voor Cold War Kids was die helaas niet genoeg voor het Olympisch minimum. Op 'Mine Is Yours' wil de band naar eigen zeggen een andere richting uit, meer mainstream, al lijken ze volgens ons de hele tijd op twee gedachten te hinken. Zo horen we wel dat hoekige Cold War Kids-geluid, maar waar producer Jacquire King (Kings Of Leon, Norah Jones) de scherpe kantjes van heeft afgevijld om tot melodieuze pop te komen. En toch krijgen we ook die onafgeborstelde indierock van Cold War Kids te horen, zij het pas op het einde van de plaat. Alsof de fans van het eerste uur ook wat gegund werd voor het geval ze zouden afknappen op de stijlbreuk die zich duidelijk heeft ingezet.


