De afgelopen tien jaar is het aantal fitnesscentra in Vlaanderen met 55 procent gegroeid tot circa 550. De helft van de centra heeft tevens een groeiend klantenbestand en in de periode 2003-2008 groeide bovendien het aantal medewerkers per centrum gemiddeld van vijf tot zes. De helft van alle fitnesscentra geeft echter aan onvoldoende klanten te hebben.
Dat blijkt uit een studie over de fitnessector door onderzoekers Jeroen Scheerder en Steven Vos van de Katholieke Universiteit Leuven. Beide onderzoekers bevroegen in het kader van het onderzoek 117 Vlaamse fitnesscentra. Hieruit blijkt dat het klantenbestand globaal genomen bestaat uit 48 procent mannen en 52 procent vrouwen. Binnen de groep van fitnesscentra met een welnessaanbod is 70 procent van de klanten vrouwelijk.
Vijfenvijftigplussers zijn goed voor 14 procent van de klanten, jongeren voor 16 procent. Traditionele fitnessactiviteiten zoals conditietraining, cardiofitness en krachttraining zijn veruit het meest populair.
Hoger inkomensniveau
In Oost-Vlaanderen en Antwerpen komen de meeste fitnesscentra voor. De centra zijn vooral gevestigd in centrumgemeenten en woongemeenten met een hoger inkomensniveau dan gemiddeld. Fitnesscentra met een sportaanbod (56 procent) vormen de grootste groep, gevolgd door centra (28 procent) die zowel over een fitness-, een sport- als een welnessaanbod beschikken.
Eén op de tien beschikt enkel over een traditioneel fitnessaanbod en 6 procent combineert dit aanbod met een welness. Negen op de tien werkt op de een of andere manier samen met een ander fitnesscentrum, sportclub, gemeentelijke sportdienst, school of bedrijf. (belga/eb)


