© ap.
Na een gat van meer dan zes decennia wil Coca-Cola weer toetreden tot de consumptiemarkt in Myanmar. Dat zal van Cuba en Noord-Korea meteen de enige landen ter wereld maken, waar de Amerikaanse frisdrankicoon niet aanwezig is.
Dankzij de recente hervormingen in Myanmar - het voormalige Birma - kan de Coca-Cola Company er spoedig weer zaken gaan doen. Eerst moet de Amerikaanse overheid nog een licentie verstrekken, maar dat zou geen probleem meer zijn. De frisdrankgigant uit Atlanta zal aanvankelijk Coca-Cola invoeren in Myanmar via de buurlanden, maar streeft ernaar om lokale partners te vinden. Het bedrijf is bereid om de komende drie à vijf jaren fors te investeren in de Birmese markt en wil dat naar eigen zeggen volgens het boekje doen, lees: zonder omkoperij.
De liefdadigheidstak van het bedrijf, The Coca-Cola Foundation, zal 3 miljoen dollar vrijmaken om jobs voor vrouwen te creëren in Myanmar.
In 1962 pleegde de militaire junta in het toenmalige Birma een staatsgreep. Pas vorig jaar liet de (nieuwe) junta de macht over aan president Thein Sein, het eerste civiele staatshoofd in 50 jaar. De buitenwereld stond kritisch tegenover het bewind van deze voormalige militair, maar toch voerde Sein enkele hervormingen door, zoals het vrijlaten van politieke gevangenen en dan vooral Aung San Suu Kyi, hét symbool voor de verdwenen democratie in Birma.
Door het nieuwe regime in Myanmar stelt ook Obama zich soepeler op ten opzichte van investering in het Zuid-Aziatische land en daarvan kan Coca-Cola nu de vruchten plukken. De beperkingen op de import vanuit Birma blijven wel nog gelden, uit vrees dat niet-hervormingsgezinde elementen van het leger zo een lucratief handeltje zouden kunnen opzetten.



Door: