Geen enkel van de acht Europese lidstaten die in de wachtkamer zitten om tot de eurozone toe te mogen treden, zijn klaar voor die stap. Dat schrijft de Europese Centrale Bank in een nieuw rapport.
Van bijna alle lidstaten van de Europese Unie wordt verwacht dat ze op termijn overschakelen op de euro als betaalmiddel. De eurozone telt inmiddels zeventien landen, van de tien overige EU-lidstaten genieten enkel Denemarken en het Verenigd Koninkrijk van een 'opt-out', wat betekent dat ze niet verplicht zijn in de euro te stappen.
De Europese Centrale Bank moet minstens om de twee jaar verslag uitbrengen over de vooruitgang die de acht andere landen boeken bij de vervolmaking van de Economische en Monetaire Unie. Het gaat om Bulgarije, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Roemeniƫ, Tsjechiƫ en Zweden.
In haar nieuwe verslag stelt de ECB vast dat "in geen van de acht onderzochte landen het juridisch kader volledig verenigbaar is met alle vereisten voor de invoering van de euro". In elk land blijven er problemen bestaan met de onafhankelijkheid van de centrale bank.
Naast de juridische convergentie onderzocht de ECB ook de economische convergentie. Behalve Hongarije scoren de onderzochte landen op een punt alvast bijzonder goed: hun overheidsschuld lag in 2011 onder de referentiewaarde van 60 procent van het bbp. Dit zou in 2012 onveranderd blijven.


