Maurice Lippens en toenmalig CEO Jean-Paul Votron. Foto uit 2008.
© belga.
Maurice Lippens en de andere ex-bestuurders van Fortis mochten door een Nederlandse rechtbank als getuige worden verhoord, maar ze konden niet verplicht worden voor de rechter te verschijnen. Dat zegt de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie vandaag.
Nederlandse aandeelhouders van Fortis eisten voor de rechter in Utrecht een schadevergoeding van Lippens, Gilbert Mittler en Jean-Paul Votron omdat ze hen in 2007 en 2008 foutieve informatie zouden hebben verstrekt over de financiële situatie bij de bank-verzekeraar. De aandeelhouders vroegen dat de drie gehoord zouden worden als getuige. Lippens, Mittler en Votron weigerden dat echter en vroegen door een Franstalige rechter in België gehoord te mogen worden.
De rechter in Utrecht en een hoger gerechtshof in Amsterdam wezen dit verzoek af, maar de Fortis-toplui gingen in cassatieberoep. De Nederlandse Hoge Raad speelde de vraag door aan het Europees Hof: mag een rechter een burger van een ander land als getuige oproepen?
Zonder dwangmaatregelen
De advocaat-generaal van het Hof antwoordt vandaag dat de rechter in Utrecht dat gerust mocht doen en niet verplicht was de getuigen te verhoren via de tussenkomst van een rechter in België. Maar, voegt advocaat-generaal Niilo Jääskinen eraan toe, het oproepen van een getuige in het buitenland kan slechts vrijwillig gebeuren en "zonder dwangmaatregelen". Doorgaans volgt het Hof in zijn arrest de conclusie van zijn advocaat-generaal.
Ex-topman Votron en voormalig financieel directeur Mittler werden intussen al veroordeeld door de Utrechtse rechter wegens misleiding, Lippens kan geen verwijt gemaakt worden, luidde het. Votron en Mittler gingen tegen het vonnis in beroep. Vorige maand werd de Fortis-top ook door de rechter in Amsterdam schuldig bevonden aan het achterhouden van informatie.


