© photonews.
De kloof tussen allochtonen en autochtonen op de arbeidsmarkt is en blijft groot. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de VDAB. Zelfs voor hoger opgeleide allochtonen blijft het verschil met Belgen opvallend.
De VDAB-studie 'Allochtonen op de Vlaamse arbeidsmarkt' volgt op een eerdere studie in maart 2009 en schetst een stand van zaken. Voornaamste conclusie: de achterstand was enkele jaren geleden sterk, en veel is sindsdien niet veranderd.
Zo bedroeg de werkzaamheidsgraad van niet-genaturaliseerde allochtonen in Vlaanderen in 2010 44,4 procent: minder dan de helft heeft dus een job. Voor genaturaliseerde allochtonen is dat 58,6 procent, voor autochtonen 73,5 procent. Wallonië (32,8 procent) en Brussel (40,8 procent) presteren hier nog slechter. Hiermee is de nationaliteitskloof in België - het verschil in werkzaamheid tussen autochtonen en allochtonen - bij de hoogste in Europa.
Wat de werkloosheid betreft: bijna een kwart (24,9 procent) van de Vlaamse werkzoekenden was in 2011 allochtoon. Zelfs hoger opgeleide allochtonen ondervinden moeilijkheden om werk te vinden en zijn veel minder aan de slag dan autochtone hoogopgeleiden.
Begin 2012 was bijna één op de acht Belgische inwoners allochtoon: afkomstig van buiten de EU. In de cijfers van de VDAB wordt geen rekening gehouden met allochtonen van de tweede of derde generatie. Hierdoor wordt het werkelijke aantal allochtone werkzoekenden nog onderschat.



Bewerkt door: