Kamperen in een klassieker
Kamperen met een klassieke caravan zit in de lift. "In amper zes jaar groeide het aantal clubleden van 15 tot meer dan 100", vertelt Robert 'Bob' Desmedt uit Zedelgem, voorzitter van de Belgische Oldtimer Caravan Club (BOCC). Hij en Yvette zijn verknocht aan hun 'bolleke', een Bourgeoiscaravan van Belgische makelij uit 1967.
"Elke uitstap met een caravan is een klein avontuur." De kwieke zeventigers Robert Desmedt en Yvette Callenaere, voor de kennissen 'Bob' en 'tante Vit', spreken er vol passie over. Ze houden van oude dingen. Bob koestert naast een immense koffiemolenverzameling zijn klassieke Indian en Harley-Davidsonbromfietsen, terwijl Yvette hun boerderij van meer dan een eeuw oud in topconditie houdt.
Het ligt dus voor de hand dat zij er het liefst met een klassieke caravan opuit trekken. Hun karakteristieke caravan is al meer dan dertig jaar in hun bezit. Sinds de aanschaf van hun Ford Fairmont Futura uit 1978 is 'bolleke' met veel gevoel voor detail in dezelfde kleuren als de Amerikaanse oldtimer gespoten. Bob is niet het enige clublid dat zijn caravan achter een klassieker koppelt. De club telt verschillende knappe combinaties als een Citroën Traction Avant en een WA-WA caravan of een Triumph Stag die een Constructamcaravan trekt.
AluminiumHet 'bolleke', de caravan van Bob en Yvette, is een De Bourgeois B 36. De broers Robert en René Bourgeois runden in Oostende een koetswerkbedrijf. Vooral René was gebeten door het kampeervirus en begon in eigen regie met het bouwen van caravans. Omdat René niet van halve dingen hield, ontwierp hij een caravan in aluminium.
Hij gebruikte het aluminium niet alleen voor het koetswerk. Ook binnenin werden onder meer de zitbanken, de kasten en het fornuis in handgedraaid aluminium uitgevoerd. Daardoor staken de Bourgeoiscaravans qua afwerking en kwaliteit van het toebehoren ver boven de concurrentie uit. Met extra voordeel dat ze door hun lage gewicht bijzonder handelbaar zijn.
Hoog prijskaartjeMaar dat had dan ook zijn prijs. Een caravan van Bourgeois kostte al gemakkelijk het driedubbele van de concurrentie. Toch waren de Bourgeoiscaravans een succes. Met een jaarproductie van ca. 150 stuks klopte men in Oostende overuren. De B36, was met zijn lengte van 3,6 m en 500 kg het instapmodel. Wie liever over meer ruimte beschikte, bood Bourgeois de B43 aan, 4,3 meter. Topmodel was de B50 van 5 meter. Deze twee laatste versies beschikten over een gesofisticeerd hydraulisch remsysteem.
In 1973 verliet de allerlaatste caravan de werkplaatsen in Oostende. Door hun aluminium opbouw en hoge graad van afwerking hebben heel wat Bourgeoiscaravans de tand des tijds doorstaan. Ze staan dan ook hoog aangeschreven bij de liefhebbers. Toch is er weinig of geen handel in deze begerenswaardige caravans omdat ze eenmaal gerestaureerd, zelden of nooit te koop worden aangeboden.
KindertijdOpvallend volgens Bob is de trend dat steeds meer jonge gezinnen de charme van het kamperen in een klassieke caravan ontdekken. "Ik krijg geregeld telefoontjes en mails van jonge mensen die met veel plezier aan hun vakanties met een caravan uit hun kindertijd terugdenken. De mensen stoten dan op een oude caravan en willen deze uit pure nostalgie restaureren".
"Wij beschikken in onze club over een schat aan ervaring en staan deze mensen met raad en daad bij. Maar soms moeten we hen teleurstellen. Zeker wanneer er geen papieren meer bij de caravan zijn."
Zonder papieren wordt het quasi onmogelijk de caravan op de baan te krijgen. Een gouden tip is dan ook eerst met het BOCC contact op te nemen en info op te vragen. (jb)
Meer info op
www.bocc.be of Robert Desmedt, tel. 050/20 85 49.