Meer controle en autonomie bij sociale huisvesting
De Vlaamse regering heeft vrijdag nieuwe regels goedgekeurd voor de erkenning van sociale huisvestingsmaatschappijen. Het nieuwe erkenningsbesluit moet de maatschappijen meer autonomie geven, maar voert ook de controle op de maatschappijen op.
De Vlaamse overheid investeert fors in sociale huisvesting. Zo gaat er dit jaar 455 miljoen euro naar sociale huurwoningen en 213 miljoen naar sociale koopwoningen. Alleen erkende huisvestingsmaatschappijen die door de Vlaamse overheid gecontroleerd worden kunnen aanspraak maken op het Vlaamse geld.
VoorwaardenMinister van Wonen Freya Van den Bossche (sp.a) voert nu een aantal nieuwe erkenningsvoorwaarden in die de werking van de huisvestingsmaatschappijen moeten verbeteren. Zo zullen nieuwe maatschappijen moeten aantonen dat ze voldoende lokale binding hebben en moeten ze beschikken over een aantal minimumcapaciteiten wat betreft interne controle en administratieve ondersteuning.
Goed beheerFormele vereisten spelen minder een rol, concrete realisaties en goed beheer worden dan weer belangrijker.
EvaluatieDaarvoor is een nieuwe beoordelingssysteem ontwikkeld en wordt een onafhankelijke visitatiecommissie opgericht die elke maatschappij om de vier jaar zal evalueren.
Vooral beschikbaarheid en kwaliteit van de woningen en de woonomgeving, betaalbaarheid, het sociaal beleid, de interne werking en financiële leefbaarheid, de klantvriendelijkheid en de wettelijkheid en behoorlijk bestuur zullen onder de loep genomen worden.
GebuisdBij een onvoldoende eindbeoordeling door de commissie moet de maatschappij een verbeterplan met concrete acties voorleggen, waarna een tweede beoordeling volgt. Wanneer dat geen beterschap brengt, kan de minister ingrijpen door externe bijstand of een fusie met een andere maatschappij te verplichten. In het meest extreme geval wordt de erkenning ingetrokken.
Minister Van den Bossche: "Deze nieuwe werkwijze betekent een dubbele winst. Ze laat mij toe op de voet te volgen of de maatschappijen de subsidies efficiënt inzetten en hun maatschappelijke rol naar behoren vervullen. Anderzijds krijgen de maatschappijen duidelijkheid over wat van hen verwacht wordt. Daardoor kunnen ze hun eigen werk evalueren en tijdig bijsturen". (belga/edp)