review
Dr John - Locked Down
Sjamaan en bard, The Night Tripper, voodooburgemeester van New Orleans: cool is Dr. John, inmiddels 71 jaar, altijd geweest. Cool en ongrijpbaar, mysterieus en broeierig zoals zijn geliefde multiculturele stad zelf.
Fan voor het leven Dan Auerbach van The Black Keys mocht 'Locked Down' producen, maar ga nu niet denken dat deze samenwerking in de lijn ligt van het nieuw leven inblazen van muzikaal erfgoed dat begon toen Rick Rubin begin jaren negentig Johnny Cash onder zijn vleugels nam. Dr John moest niet uit de vergetelheid gehaald worden en het resultaat van Auerbachs inbreng is een schitterend album dat punch en een gebalde groove toevoegt aan de zompige, feestelijke rhythm & blues waar Dr John een patent op heeft.
Fans van Black Keys zullen momenten van herkenning beleven: ha, bij deze wandelende voodoowinkel haalden de Keys dus de stijlmosterd. Anderzijds: fans van meneer Mac Rebennack zetten dit album - opgenomen in Nashville met een schavuit uit Ohio - bij in de collectie als een extra wapperende pluim op de hoofdtooi van de doktoor.
(8,5/10)
Counting Crows - Underwater Sunshine (Or What We Did On Our Summer Vacation)
Zijn coverplaten tekenen van een opgedroogde inspiratiebron? Niet noodzakelijk. In het geval van deze collectie, een redelijk onsamenhangende greep uit de platenkast van zanger Adam Duritz, kan het net zo goed een herbronning zijn: jongelui die nummers spelen die ze op de radio hebben gehoord.
Dat gevoel weten Counting Crows, op hun eerste album sinds dubbelaar 'Saturday Nights & Sunday Mornings' uit 2008, over te brengen in klassiekers als 'Ooh La La' (Faces), op 'You Ain't Going Nowhere' (Bob Dylan) en Gram Parsons countryrocker 'Return of the Grievous Angel'. Mooie stemharmonieën te grabbel ook, onder meer in 'Meet On The Ledge' (Fairport Convention), en alles gedrenkt in dat typisch meanderende geluid van Counting Crows dat ze dan weer aan voornoemde voorbeelden ontleenden. Was 'Kicking Against The Pricks' van Nick Cave een zwakke plaat, of 'Kojak Variety' van Costello, 'Pin-Ups' van Bowie? Ik dacht het niet. Deze evenmin, wel integendeel. (8/10)
Marvin Etzioni - Marvin Country!
Een ontdekking, deze dubbelaar van de éminence grise van de alt.country: Marvin Etzioni was bassist-songschrijver bij Lone Justice, de band rond zangeres Maria McKee die ons midden jaren tachtig samen met onder meer Jason & The Scorchers, Green On Red en Long Ryders de oren naar countryrock liet draaien. Etzioni kreeg op zijn achtste een mandoline van zijn grootvader, een Poolse jood met een liefde voor countrymuziek, en meer dan veertig jaar later liet The Mandolin Man zoals hij inmiddels genoemd werd dat instrument signeren door Keith Richads, met wie hij in de Sin City All Stars band een huldeconcert voor Gram Parsons speelde. Etzioni produceerde albums voor onder meer Peter Case, Counting Crows en Grey DeLisle en werkte samen met de onvolprezen Victoria Williams en goddelijke Susanna Hoffs (The Bangles). Een man die naast T-Bone Burnett mag staan.
'Marvin Country!' bevat originals en traditionals, van veranda-country over tranentrekkers, gospel en folk tot stoffige blues. De multi-instrumentalist - hij speelt naast mandoline ook gitaar, bas, piano, Mellotron en keyboards- laat zich bijstaan door Goed Volk als Lucinda Williams, Steve Earle, Richard Thompson, Buddy Miller, The Dixie Hummingbirds en Maria McKee. Songs over geloof, liefde, hoop, crisis, Bob Dylan en de vraag 'What's Patsy Cline Doing These Days?'. Hierboven luisteren naar 'Marvin Country!' gokken wij.
(9/10)



Door: